29-03-09

Shakespeare: Sonnet 18

De lente hangt in de lucht, tergend langzaam trekt de grauwe winter zijn klauwen weg van mijn somber gemoed. Flauwe zonnestralen verlichten mijn al te gekwelde ziel, nu eens fijn als spinrag, dan weer hevig als een schitterend juweel. Ja, 't wordt lente...

Tijd dus voor één van de mooiste liefdesgeichten uit de wereldliteratuur: Sonnet 18 van William Shakespeare. Opgedragen aan al die vrouwen, die ik ooit heb liefgehad:

__________________________________________

Shall I compare thee to a summer 's day?

Thou art more lovely and more temperate:

Rough winds do shake the darling buds of May,

And summer 's lease hath all too short a date:

Sometime too hot the eye of heaven shines,

And often is his gold complexion dimmed,

And every fair from fair sometime declines,

By chance, or nature 's changing course untrimmed:

But thy eternal summer shall not fade,

Nor lose possession of that fair thou ow'st

Nor shall death brag thou wander'st in his shade,

When in eternal lines to time thou grow'st,

So long as men can breathe, or eyes can see,

So long lives this, and this gives life to thee
.

_________________________________

(mijn eigen gebrekkige vertaling):

Zal ik jou vergelijken met een zomerdag?

Jij bent meer lieflijk en evenwichtig geworden

Hevige winden beroeren de wetsbare knoppen in mei,

En de zomer duurt helaas maar al te kort

Soms schijnt het oog van de hemel al te hevig,

En dan weer is haar gouden gelaat betrokken

Schoonheid gaat altijd achteruit,

Dat is de wet van de natuur,

Maar jouw eeuwige zomer zal niet verdwijnen,

Jij zal jouw schoonheid niet verliezen, 

Noch zal de Dood opscheppen

Dat jij in zijn schaduw vertoeft

Want door deze eeuwige poëzie groei jij,

Zolang mensen ademen of hun ogen kunnen zien,

Zo lang zal dit gedicht leven en leven geven aan jou.

 

13:22 Gepost door Johnsatyricon in algemeen | Permalink | Email dit | Tags: shakespeare, poezie, sonnet 18, liefde, lente, zomer |  Facebook | |  Print