15-04-07
Proces van Jeanne d' Arc. Tweede ondervraging
Uit de originele processtukken, uitgegeven en in het Frans vertaald door Raymond Oursel, Le procès de condamnation de Jeanne d' Arc, Paris, 1954.
Donderdag 22 februari 1431
V: Hoe oud was je toen je het ouderlijk huis verliet?
A: Dat weet ik niet meer.
V: Heb je in je jeugd een beroep aangeleerd?
A: Ja, spinnen en naaien. Als het op spinnen en naaien aankomt, kan geen enkele vrouw uit Rouen mij de baas.
Omwille van de Bourgondiërs verliet ik het huis van mijn vader en ging ik naar Neufchateau in Lotharingen. Ik verbleef bij een vrouw, genaamd 'de Rosse' Ik bleef er vijftien dagen.
Als ik bij mijn vader was, hield ik me bezig met het huishouden. Ik ging niet naar het veld met de schapen en de andere beesten.
V: Ging je elk jaar je zonden opbiechten?
A: Ja, aan meneer Pastoor. Als hij belet was, bij een andere priester, met zijn toestemming. Soms twee of drie maal, als ik me goed herinner. Ik biechtte ook bij bedelmoniken. Dat was in Neufchateau. Met Pasen ontving ik het sacrament van de Eucharistie.
V: En ontving je die ook bij andere feesten dan Pasen?
A: Andere vraag.
Toen ik dertien jaar was, hoorde ik een Stem die van God kwam, om me te leiden en te begeleiden. De eerste keer was ik heel bang. De Stem kwam rond het middaguur. Het was in de zomer, in de tuin van mijn vader. Ik had geen nuchtere maag, en de dag voordien had ik ook niet gevast.
Ik hoorde een Stem, rechts van mij, langs de kant van de kerk. Bijna altijd is er een helderheid die haar begeleidt. Dit licht is langs dezelfde kant waar men de Stem hoort. Meestal is er daar een groot licht.
Toen ik in Frankrijk was, hoorde ik dikwijls de Stem. De eerste keer was er licht.
V: Hoe kan je dit licht zien, omdat het van opzij komt?
A: Andere vraag.
Als ik in een bos was, kon ik ook de Stem tot mij horen komen.
De Stem was goed hoorbaar. Ik denk dat ze door God gezonden is. Na haar drie maal gehoord te hebben, begreep ik dat het de stem van een engel was.
De Stem heeft altijd goed voor mij gezorgd, en ik heb haar altijd goed begrepen.
V: Welke raad gaf de Stem voor het heil van je ziel?
A: Om mij goed te gedragen, om naar de kerk te gaan. Ze zei me dat het noodzakelijk was dat ik, Jeanne, naar Frankrijk ging.
Maar vandaag zal u niet uit mij trekken onder welke vorm de Stem aan mij verscheen.
Twee, driemaal per week zei de Stem me dat ik moest vertrekken en naar Frankrijk gaan.
Dat mijn vader niets mocht weten van mijn vertrek.
De Stem zei me naar Frankrijk te gaan, en ik kon het niet meer uithouden waar ik was. De Stem zei me om het beleg van Orléans op te heffen. Ze zei me om naar Robert de Laudricourt te gaan, de kapitein van die plaats. Dat hij me mensen zou geven die me zouden begeleiden.
Ik antwoordde haar dat ik een arm meisje was dat niets wist van paardrijden of oorlogvoeren. Toen ging ik naar mijn oom. Ik wou er een tijdje blijven. Ik bleef er ongeveer acht dagen. Ik zei tegen mijn oom dat ik naar Vaucouleurs moest gaan. En mijn oom bracht mij daarheen.
Toen ik aankwam ik Vaucouleurs, herkende ik Robert de Baudricourt, en nochtans had ik hem nooit gezien. Het is de Stem die mij hem deed herkennen. De Stem zei me dat hij het was. Ik zei tegen Robert dat ik naar Frankrijk moest gaan.
Tweemaal weigerde hij en joeg me weg. De derde maal gaf hij me mensen. De Stem had mij vooraf gezegd dat het zo zou gebeuren.
De hertog van Lotharingen riep mij bij zich. Ik ging ernaar toe. Ik zei hem dat ik naar Frankrijk wou gaan. De hertog vroeg me om hem te genezen (want hij was ziek). Ik antwoordde hem dat ik daar niets van wist. Over mijn geplande reis zei ik weinig. Ik vroeg hem om mij zijn zoon en andere mensen te geven om me te begeleiden naar Frankrijk, dat ik tot God zou bidden voor zijn gezondheid. Ik was er met een vrijgeleide naartoe gegaan, en ik kwam op dezelfde manier in Vaucouleurs terug.
Ik vertrok uit Vaucouleurs en ik arriveerde in Saint-Urbain, waar ik de nacht in de abdij doorbracht. Ik droeg mannenkleren. Baudricourt had mij een zwaard gegeven, ik had geen andere wapens. Een schildknaap en vier sergeanten begeleidden me.
Onderweg passeerde ik langs Auxerre. Ik hoorde er de mis in de kathedraal. Op dat moment hoorde ik dikwijls mijn Stemmen.
V: Op wiens raad heb je mannenkleren aangetrokken?
(Jeanne weigert herhaaldelijk op die vraag te antwoorden. Tenslotte roept ze uit: 'Ik zal aan niemand een zo zware last toevertrouwen!' Dan vervolgt ze haar verhaal.)
A: Robert de Baudricourt had mijn compagnons laten zweren dat ze over mijn veiligheid zouden waken. Tegen mij zei Robert: 'Ga, ga, en laat gebeuren wat er moet gebeuren.'
.....
A: Ik geraakt zonder moeilijkheden tot bij de Koning. Bij het naderen van Sainte-Catherine de Fierbois, zond ik een letter naar Chinon, waar de Koning zetelde. Ik kwam er rond het middaguur aan, en logeerde in de herberg. Na het avondeten ging ik naar de Koning, in het kasteel. Toen ik de zaal binnentrad, herkende ik hem tussen de anderen, volgens het advies van mijn Stemmen, die mij hem aanwezen. Ik zei tegen de Koning dat ik wou oorlog voeren tegen de Engelsen.
V: Toen de Stem jou je Koning aanwees, was er dan licht op die plaats?
A: Andere vraag.
V: Zou het kunnen dat je een engel boven de Koning zag?
A: Bespaar mij dat. Andere vraag.
Alvorens de Koning mij aan het werk zette, had ook hij veel verschijningen en openbaringen.
V: Welke openbaringen, welke verschijningen?
A: Dat zal ik u niet zeggen. U kan nog geen antwoord verwachten. Ga naar de Koning en vraag het hem.
De Stem had mij beloofd dat de Koning mij zou ontvangen vanaf mijn aankomst. Die van onze partij wisten goed dat de Stem mij door god was gezonden. Ze konden de stem horen en haar kennen: ja, dat weet ik, ik ben er zeker van. De Koning, en heel wat anderen met hem, konden de Stem horen en zien, toen die tot mij kwam. Charles de Bourbon was er, en twee of drie anderen.
Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik de Stem hoor, en ik heb haar nodig. Nooit heb ik haar andere beloning gevraagd dan het heil van mijn ziel.
Zij is het die me opgedragen had om in Saint-Denis te blijven. En ik wou daar blijven. Maar de kapiteins namen me mee tegen mijn wil. Als ik niet gewond was geweest, had ik Saint-Denis nooit verlaten. Ik was gewond geraakt bij de belegering van Parijs, toen ik van Saint-Denis kwam. Nochtans genas ik van mijn wonde in vijf dagen. Ik had een aanval op Parijs laten uitvoeren.
V: Was dat niet op een feestdag, die aanval?
A: Ik denk wel dat het op een feestdag was.
V: En je hebt op een feestdag laten aanvallen?
A: Andere vraag.
12:18 Gepost door Johnsatyricon in ernstige teksten | Permalink | Email dit | Tags: proces, geschiedenis, cultuurgeschiedenis, middeleeuwen, riddertijd, kastelen, heksen, frankrijk, jeanne d arc, la pucelle |
Facebook | |
Print
25-02-07
Komdiante!
OK, in de rechtbank overdrijven de mensen wel eens om hun proces te winnen, maar deze vrouw spant wel de kroon op vlak van huichelarij. Ze krijgt een mep met een krant van haar tegenstandster, en ze valt hysterisch krijsend op de vloer. Komediante! je lijkt wel op die antiquair in de Kampioenen (ik ben even zijn naam kwijt), die ook altijd zo overdrijft. Van overreactie gesproken!
Woman Over Reacts To Newspaper Swipe - Watch more funny videos here

