25-08-07
Jeanne d' Arc op de branstapel
Uiteindelijk, in 1431, wordt Jeanne d' Arc als een heks en ketteres tot de brandstapel veroordeeld. Heeft ze haar historische opdracht, haar opgedragen door God, vervuld? Of was ze slechts een fantasievolle leugenares? Je zou voor minder vervuld zijn van innerlijke twijfel, als de vlammen van de brandstapel jouw lichaam beginnen te verkolen, het lichaam van een meisje van amper 19 jaar...
Het schijnt dat de massaal aanwezige toeschouwers, ook haar rechters en beulen tot tranen toe bewogen waren bij de ijselijke doodskreeten van dit jonge meisje.
In het latere Rehabilitatieproces rond 1450 getuigde de beul dat het hart en de ingewanden van Jeanne in het vuur intact waren gebleven, hoezeer haar voorlichaam overvloedig met olie, solfer en buskruit waren ingesmeerd.
De Engelsen smeten vlug de verkoolde reste van Jeanne in de Seine, bevreesd als ze waren voor hekserij.
15:56 Gepost door Johnsatyricon in geschiedenis | Permalink | Email dit | Tags: hekserij, middeleeuwen, jeanne d arc, brandstapel, beulen, jeanne d arc op de brandstapel, ketterij, politiek proces |
Facebook | |
Print
24-08-07
Proces Jeanne d' Arc: eerste ondervraging
Uit de originele processtukken, uitgegeven en in het Frans vertaald door Raymond Oursel, Le procès de condamnation de Jeanne d' Arc, Paris, 1954.
Woensdag 21 februari 1431
V: Wat is je naam en familienaam?
A: Thuis noemden ze me Jeannette. Sinds ik naar Frankrijk kwam, noemen ze mij Jeanne. Mijn familienaam ken ik niet.
V: Waar ben je geboren?
A: In Domrémy, dat verenigd is met Greux. De hoofdkerk staat in Greux.
V: Hoe heet je vader? En je moeder?
A: Mijn vader heette Jacques d' Arc. Mijn moeder heet Isabelle.
V: Waar ben je gedoopt?
A: In de kerk van Domrémy.
V: Wie zijn je peter en je meter?
A: Eén van mijn meters heette Agnès, een ander Jeanne, en nog een andere Sibylle. Eén van mijn peters heette Jean Lingué, een andere Jean Barrey. Ik heb nog andere meters, zo vertelde mijn moeder.
V: Wie is de priester die je gedoopt heeft?
A: Jean Minet, denk ik.
V: Leeft hij nog?
A: Ja, ik denk het wel.
V: Goed, hoe oud ben je?
A: negentien jaar, of daaromtrent. Mijn moeder heeft mij het Pater Noster, Ave Maria en Credo geleerd. Ik heb mijn geloof van niemand anders dan van mijn moeder geleerd.
V: Zeg het Pater Noster op, alsjeblieft.
A: Neem mij de biecht af, en ik zal het opzeggen.
(Bisschop Caucon dringt aan. Jeanne blijft weigeren.)
V: En als ik één of twee notabele personen van de Franse nationaliteit zou erbij halen, zou je dan het Pater Noster opzeggen?
A: Nee. Tenzij me ze de biecht zouden afnemen.
V: Welnu, luister goed, Jeanne. Het is je verboden om zonder onze toestemming de gevangenis in het kasteel van Rouen waarin je bent ondergebracht te verlaten.
A: Ik aanvaard geen enkel verbod. Als ik zou ontsnappen, kan niemand mij ervan beschuldigen dat ik mijn geloof zou verraden hebben. En ik protesteer tegen de boeien die ze me hebben aangedaan.
V: Dit is omdat je verschillende keren geprobeerd hebt te ontsnappen uit andere gevangenissen, waarin je werd opgesloten. Daarom, Jeanne, hebben we je in de boeien geslagen, opdat je op die manier beter zou bewaakt worden.
A: Het is waar, ik wou ontsnappen en ook nu, als ik dat zou willen. Elke gevangene heeft het recht om te ontsnappen.
20:57 Gepost door Johnsatyricon in geschiedenis | Permalink | Email dit | Tags: jeanne d arc, eerste ondervraging jeanne d arc, domremy, de maagd van lotharingen, la pucelle, politiek proces, middeleeuwen, geschiedenis |
Facebook | |
Print

