25-07-09

Het mythische platteland

Gisteren ben ik gaan wandelen in het Pajottenland. Dat is het gebied ten westen van Brussel. Ik kan in grote trekken een kaart tekenen van de provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant. Alleen dat Pajottenland blijft een blinde vlek. Ik wist dat dit nog een heel rurale regio is. Ik moest die absoluut eens verkennen. Gisteren heb ik dat gedaan, en ik ben er heel blij om.

Ik kwam met de trein aan in Tollenbeek. Ik werd meteen ondergedompeld in dat mythische, verloren platteland, waar ik als ontwortelde stadsmens, levend temidden van beton, naar op zoek ben. Die ongelooflijk verpletterende stilte, het zien van koeien, paarden, ja zelfs zwarte varkens. Het strelen van de ruwe varkensharen van die knorrende beestjes. Het verwijlen bij een paard in de wei, dat zijn majestueuze kop schudt om de vliegen van zich af te houden. Een dartel veulen dat mij volgt langs de omheining. Koeien die mij nieuwgierig aanstaren. Een beest stelt geen vragen, wie ben jij, hoeveel verdien jij. Neen, het is een oervertrouwen dat er is, of dat er niet is. Daarom hou ik zoveel van dieren.

Een verlaten dorpsplein, de kerktoren als oriëntatiepunt, winkels die gesloten zijn. Nauwelijks een mens te zien. Het kerkhof, met ingezakte graven, lang vervlogen voorouders, het veel grotere graf van de altijd aanwezige adellijke familie, het mijmeren over de vergankelijkheid der dingen en de dood.

Het verlaten van de dorpskom, met de huisjes die beschutting zoeken tegen de kerk en zijn toren. De onmetelijke ruimte van weiden en velden, waar de geur van versgemaaid gras mij bijwijlen euforisch maakt. Het wandelen van kerktoren tot kerktoren, als duidelijke richtbakens in het landschap. Ze structureren de ruimte en geven een veilig gevoel. Aangekomen in Galmaarden, het centrum van het Brabantse trekpaard, de oude feodale schandpaal in de schaduw van de kerktoren, de Kerk en de Adel die het leven van de plattelanders ritmeerden. Die oeroude, schier onbeweeglijke krachten onder de overal oprukkende moderniteit.

Zo voor enkele uren kan ik verwijlen in dit mythische platteland, dat ik in mijn geest verbeeld. Ik weet dat het beeld van het platteland een romatische constructie is uit de 19de eeuw, toen de stedelijke molochs en de helse fabrieken onverbiddellijk oprukten. Elk dorp heeft zijn eigen heemkundigen die dit mythisch verleden op basis van altijd te schaarse documenten reconstrueerden. Die een imaginaire wereld van harmonie creëerden, waarin armoede en extreme sociale ongelijkheid werden weggegomd, ten voordele van de mens in harmonie met de natuur, waar de Kerk en de dorpsheer als vaderljke machten voor de kleine man zorgden.

Zulke dorpsmonografieën, veelal geschreven aan het eind van de negentiende of het begin van de twintigste eeuw, zijn voor eigentijdse mensen nauwelijks nog te lezen. Hun stijl is hopeloos melig, hun ideologie paternalistisch en clericaal. Al die dorpsmonografieën lijken op elkaar, het gaat altijd om een eindeloze variatie van dezelfde sociale verhoudingen. Een adellijke familie, nauwelijks verschillend van struikrovers die zegt: dit is mijn dorp. Een abdij of klooster die alle grond in het dorp bezit, waaraan de boertjes cijns betaalden. Enkele grote pachtboerderijen, waar zich het agrarisch kapitalisme ontwikkelde. De eindeloze documenten rond de dorpskerk, want de Kerk, dat waren heel goede boekhouders, altijd bezig met hun bezit te bestendigen en uit te breiden.

Het was die schier immobiele agrarische leefwereld, die de 19de-eeuwse romantici verheerlijkten, als tegengewicht tegen verstedelijking, industrialisering, ontkerkelijking en de opkomst van het goddeloze socialisme.

Ik weet het, het eeuwige platteland is een constructie van intellectuelen en stadsmensen. Maar het is een verademing om daar even in te vertoeven, als tegengewicht tegen de stress en de jachtigheid van het stedelijke leven in betonnen dozen. Het Pajottenland is in mijn ogen nog zo 'n mythisch platteland. Verleden jaar ben ik enkele dagen naar de Duitse Eifel geweest. Daar had ik hetzelfde gevoel als gisteren, in het Pajottenland. Dezelfde geidealiseerde rurale leefwereld. Het is leuk om je daadoor even te laten opslorpen, maar de magie duurt maar eventjes. Het platteland gaat mij vlug vervelen. De trein naar Brussel-Zuid genomen, en ik was weer in de overvloedige prikkeling van de grootstedelijke beschaving.

Tot slot, het is bijna ongelooflijk ten noemen, dat zulke rurale ruimte op een twintigtal kilimeter ten westen van Brussel, grotendeel intact is gebleven. Dat dit te wijten is aan de koppigheid en de verbondenheid aan zijn milieu van de Pajotter, zoals men zegt, of dat dit aan andere krachten te wijten is, weet ik niet. Maar het Pajottenland is in alle geval een heilzaam ruraal reservaat in het teveel door beton overgoten Vlaanderen. Laten we in hemelsnaam zulke reservaten beschermen tegen criminele projectontwikkelaars en teveel winstbejag, want we hebben het mythische platteland broodnodig, om daar even tot adem te komen...