29-08-07

De Feeënboom: derde ondervraging van Jeanne d' Arc

Uit de originele processtukken, uitgegeven en in het Frans vertaald door Raymond Oursel, Le procès de condamnation de Jeanne d' Arc, Paris, 1954.

Zaterdag 24 feruari 1431

(Het begin van dit verhoor is niet interessant voor een lezer van vandaag)

...

V: Je had graag een man geweest, niet? Toen je naar Frankrijk moest?

A: Ik heb u daarover al geantwoord.

V: Liet je de beesten op de wei grazen?

V: Ik heb u daarover al geantwoord. Als ik groot was en op de leeftijd des onderscheids, lette ik meestal niet op de beesten, maar ik hielp om hen naar de wei te leiden, en naar een kasteel genaamd l' Ile, toen we grote schrik hadden van de soldaten. Ik herinner mij niet meer of ik in mijn jonge jaren op de beesten lette of niet.

V: En die boom, weet je, in de nabijheid van het dorp?

A: Ja, vlakbij Domrémy is er een boom; men noemt hem de boom der Dames of soms ook de boom der feeën. Niet ver daarvandaan is er een bron. Ik heb gehoord dat de zieken daar gaan drinken en water putten, om hun gezondheid terug te krijgen. Dat heb ik met mijn eigen ogen kunnen zien. Maar of ze genezen of niet, dat zou ik u niet kunnen zeggen. Ik heb ook horen zeggen dat de zieken, als ze het kunnen, gaan wandelen onder de boom.

En het is een grote boom, een beuk, genaamd 'le Fay'; daarvan komt 'de mooie mei' (le beau mai); Hij hoort toe aan Meneer de Ridder Pierre de Bourlemont. Soms ging ik er met de andere meisjes naartoe, en maakte ik slingers voor het beeld van Notre Dame de Domrémy. De ouderen -niet die van mijn leeftijd- vertelden dat de feeën er verbleven. Ik heb gehoord van Jeanne Aubray, de vrouw van de burgemeester en mijn meter, dat ze daar de feeën had gezien. Maar ik weet niet of het waar is of niet. Nooit heb ik, voor zover ik weet, de feeën gezien aan de boom.Of ik hen ergens anders gezien heb, dat weet ik niet.

Ik heb meisjes zien bloemenkransen hangen op de takken van de boom, en soms deed ik dit ook. Soms namen we ze mee, soms lieten we ze daar. Toen ik wist dat ik naar Frankrijk moest, hield ik me nog weinig bezig met spelen en ravotten. Zo weinig mogelijk. Ik weet niet of ik, sinds de leeftijd des onderscheids, onder de boom heb gedanst. Het is mogelijk dat ik er met de andere meisjes heb gedansd; ik speelde meer dan ik danste.

Er is ook een bos, dat men le Bois-Chenu noemt. Men kan het zien vanuit het huis van mijn vader, op ongeveer een halve mijl. Ik heb nooit gehoord dat de feeën er kwamen praten; maar mijn broer vertelde dat men in Domrémy zei: 'Jeanne heeft haar boodschap van de boom der feeën gekregen.' Dit is niet waar. Ik heb hem gezegd dat het niet waar is. En toen ik bij de Koning kwam, waren er die vroegen of er in mijn land een bos was, dat le Bois Chenu heette: want volgens bepaalde profetieën, zou daarvandaan een meisje komen dat mirakelen zou verrichten. Maar ik, Jeanne, heb daar nooit in geloofd.

V: Zou je vrouwenkleren willen aantrekken?

A: Breng mij er één, en laat me gaan. Anders, nee. Ik ben tevreden met  deze kleren, omdat het God behaagt dat ik ze draag.

Bekijk hier de eerste ondervraging van Jeanne d' Arc