24-10-09

Ludwig II of de waanzin van het estheticisme

 visconti


Eergisteren en gisteren een zeer aangrijpende film gezien: 'Ludwig II' van de Italiaanse regisseur Lucio Visconti uit 1972, een film van bijna vier uur. Hij gaat over het leven Ludwig II, koning van Beieren tussen 1864 en 1886. Hij kwam in aanvaring met de conventies van zijn samenleving, kon zijn ambt niet meer aan en trok zich steeds meer terug in een sprookjeswereld. Tenslotte werd hij door de regering krankzinnig verklaard en afgezet, waarna hij zelfmoord pleede door zich in een meer te verdrinken.

Bij ons thuis hadden we een boek, genaamd 'de wonderen van de wereld' of zoiets. Daarin was ook het slot Neuschwanstein te zien, het sprookjeskasteel dat Ludwig II liet bouwen in de Beierse bergen. Beelden uit dat boek werden heropgeroepen bij het bekijken van deze film, het donkerbruin glanzende hout van het meubilair met grillige neogotische vormen, de schitterende overdaad van goud. Tenslotte lijkt de Ludwig II uit de film van Visconti griezelig veel op het schilderij van de vorst, dat ik mij uit dat boek herinner.

Vermits de film zo ontzettend lang is, kon ik hem niet op één avond  uitzien. Het eerste deel gaat over het begin van de regeringsperiode van Ludwig II, toen hij weliswaar een ietwat wereldvreemde en verlegen jongeman was, maar toch een hoge opvatting had over zijn koningschap. Hij zou zijn onderdanen opvoeden tot kunst en schoonheid. Hij werd de beschermheer van Wagner, liet hem zijn opera 's opvoeren, die echter zoveel geld kostten, dat de bevolking morde omdat hun belastinggeld werd verkwist voor zoiets 'nutteloos'.

Er was de verliefdheid op zijn nicht Elisabeth 'Sissi', keizerin van Oostenrijk (gespeeld door de heerlijke Romy Schneider). Om toch iets van Elisabeth te kunnen bezitten, verlooft hij te zich met haar zuster, Sophie. Maar hij blijft het huwelijk uitstellen, kan zich niet binden en verbreekt de verloving. Het tweede deel van de film gaat over de doorbraak van zijn waanzin, waarbij hij zich terugtrekt in zijn eenzame, sombere kastelen, er een Wagneriaanse homo-erotische sprookjeswereld van pure schoonheid schept, en de band met de realiteit volledig doorsnijdt. Waarna het onvermidjelijke gebeurt, zijn krankzinnigverklaring, zijn afzetting, en tenslotte zijn dramatische zelfmoord.

Koning Ludvig II streede een esthetische levenshouding na, wars van de conventies van de samenleving, de plicht en de realiteit. Het superieure individu eist het recht op om te vertoeven in een wereld van pure vormenschoonheid en sublieme ideeën. De essentie van de film wordt naar mijn mening goed samengevat in de dialoog van de koning met kapitein Dürckheim, een jeugdvriend. Beieren heeft de oorlog  tegen Pruisen verloren. Kapitein Durckheim heeft daarin dapper gevochten, hij vertegenwoordigt de plicht, de sociale conventies en de gewone man. Ludwig II was tegen de oorlog en had zich teruggetrokken in zijn kastelen en daarmee zijn volk in de steek gelaten.

Ludvig II: "De wereld om ons heen is onverdraaglijk en bekrompen. De mensen dromen alleen van materiële zekerheid. Ze zijn bereid er hun leven voor te geven. Ik wil vrij zijn om mijn geluk te vinden in het onmogelijke. (...) Ik probeer mijn daden aan te passen aan mijn ideeën. Ik wil altijd in waarheid leven."

 Kapitein Dürckheim: "(...) U zegt dat u in waarheid wil leven. U bedoelt te zeggen dat u in vrijheid wil leven volgens uw eigen gevoel en smaak. Zonder hypocrisie en leugens. Is het niet? Volgens mij heeft de waarheid niets te maken met deze zoektocht naar 't onmogelijke. De vrijheid van enkelingen heeft niets gemeen met de echte, ware vrijheid. De vrijheid van alle mensen is waar ieder van ons evenveel recht op heeft. We leven in een wereld zonder onschuldigen waar niemand als rechter mag optreden.(...) U denkt een moedige keus gemaakt te hebben. Maar u vergist zich. Denk niet dat u geluk kunt vinden buiten de regels van de plicht. Wie werkelijk van 't leven houdt, moet niet het onmogelijke zoeken, maat het uiterst voorzichtig spelen. Ook een vorst. Want de macht van een vorst is altijd beperkt door de grenzen van zijn eigen samenleving. Wie kan hem buiten die grenzen volgen? Wie? Zeker niet de meest eenvoudige mensen die enkel bezig zijn met wat zekerheid te zoeken, niet alleen materieel, maar ook moreel, waarover Uwe Majesteit met grote minachting sprak. Dus wie U volgt, legt deze vrijheid uit als het zoeken naar genot buiten iedere morele dwang om. Nee, dat kan U niet willen. (...)Een gevolg van laffe knechten, van uitbuiters, verslaafden aan illusies. Dat geloof ik niet. Zo'n gevolg kunt u niet wensen. Hoe kan een jonge man niet een ander bestaanrecht aan z'n leven geven? Al is het buitengewwoon moeilijk. Dat van de eenvoudige mensen die middelmatigheid accepteren. Ik weet dat het heel moeilijk is voor iemand die hogere idealen nastreeft. Maar het is de enige hoop tot redding uit een enorme eenzaamheid."

Griezelig accuraat, deze woorden, en ik huiverde, want ik ook ik ben niet immuun voor bepaalde trekjes van Ludvig II, welsiwaar niet het streven naar esthetische vormen, ik ben een ander type, dat van de intellectueel, die de schoonheid van de eeuwige waarheid zoekt, waarbij ik soms in aanvaring ben gekomen met de verwachtingspatronen en de machtsverhoudingen in de 'bekrompen' samenleving.

De film van Visconti is ook een reflectie op bepaalde excessen van het Duitse denken van de 19de eeuw, het schoonheidsideaal, het esthetisch offensief van Duitse intellectuelen en kunstenaars, die temidden van de opkomende industriële revolutie, het Duitse nationalisme, en de politieke onmacht van de burgerij, een wereld van pure schoonheid en vormen wilden creëren. Wagner met zijn opera 's, die het Duitse mythische verleden ophemelden. Hoewel  Nietsche niet in de film ter sprake komt, past hij perfect in de levensvisie van koning Ludvg II: de heroïsche zoektocht van het superieure individu naa eeuwige schoonheid en waarheid, ver verheven boven de middelmatige bekromenheid van het gewone volk, dat slechts wat zekerheid en de warmte van de kudde zoekt. En een waarschuwing aan het adres van de elitaire kunst, ook vandaag de dag nog, waarbij het gevaar altijd om de hoek loert dat ze van de socale werkelijkheid vervreemdt en tot pure vormenkitsch vervalt, die niets meer te maken heeft met wat het gros van de mensen bezighoudt.

Tenslotte, cinematografisch is deze film van Visconti een pareltje, een eindeloze oceaan van schoonheid, prachtige kleuren en belichting, een heerlijk traag tempo, waarop de kijker zich laat voorbewegen, een hoofdpersonage waarvoor men onmogelijk geen compassie kan hebben, de pure Arestotelische dramatische held, die aan zijn hoogmoed ten onder gaat.

Ik tracteer jullie op een fragment uit deze film, helaas zonder ondertitels. De koning arriveert als een Wagneriaanse held in de sprookejsgrot, met de zwanen van Lohengrin. Een lakei zegt tegen de acteur die de koning heeft uitgenodigd, dat hij niet geïnteresseerd is in zijn persoon, maar alleen in de helden die hij uitbeeldt, zoals Romeo en Didier. Ludvig II jaagt de arme acteur op om uren achtereen sublieme woorden te declameren, die de koning in verrukking aanhoort, de tanden aangetast door het drinken van teveel wijn. Tot de beklagenswaardige acteur instort, hij is tenslotte maar een mens, die een fictionele, niet-bestaande werkelijkheid uitbeeldt en er niet mee samenvalt...