19-12-08

De Spaanse Inquisitie: gruwelijke religieuze onverdraagzaamheid

I do not own the copyrights to this video and audio file. If the content owner wishes to remove this video, I will do so immediately. I have only educational purposes.

Hitler wasn 't the first to commit ethnic cleansing on the Jews. Anti-semitism is deeply rooted into Western societies. Take the example of Spain and the Spanish Inquisition. As soon as the so-called Catholic Kings had reconquered Granada, the last Muslim stronghold in Spain (end 15th century), they created a State-controlled Inquisition. Especially the 'conversos', the Jews converted to christianity, were their target. Inquisitors looked scrutinously at remainders of alledged Judaic identification within the group of the conversos. In the worst case, they were burned at the stake in the so-called 'auto-dafé'.

Anti-semitism grew so bad that in the end all Jews fled Spain, which meant a heavy loss of human and cultural capital for Spain.

The Inquisition is the black shadow of Roman-Catholicism.
Don 't forget that it took centuries and centuries for us, Western people, to eradicate religious intolerance. Freedom of religion, in any form, is now rooted into our constitutions. Let 's honour this freedom and never let happen again any religious or other forms of discrimination.

08-11-07

Ophanging van nazi-criminelen in 1946, na de Nuremberg-processen

Associatief na mijn vorige post over de ophanging van Saddam Hussein, wegens misdaden tegen de mensheid, wou ik videomateriaal brengen over de ophanging van de nazi-ciminelen in 1946, na het Nuremberg-oorlogsproces. Maar ik heb daarover geen belden gevonden., ik wil zeggen over de ophanging, hetgeen een grote symbolische waarde kan hebben.

Waarom doe ik dit allemaal: omdat ik de boodschap wil brengen aan de jongeren van de 21ste eeuw: laat jullie niet verleiden door totalitaire ideologieën, die het menselijk leven geen waarde toekennen, of het nu gaat om extreem-rechtse, extreem-linkse of extreem-religieuze ideologieën. De 20ste eeuw is een gigantisch kerkhof van totalitaire ideologieën die trachtten het paradijs op aarde te verwezenlijken, en die allemaal uitgelopen zijn op een gigantisch failliet.

Weet dat jij, als je je engageert voor een ideologie, die het uitmoorden van zogezegd inferieure mensen een legitieme doelstelling acht, ooit voor het wereldtribunaal van het Recht en de Moraal zult verschijnen, als je tegen dan tenminste nog leeft. Misschien bestaat er geen God- ik weet het ook niet-, maar wat ik wel weet, is dat de groei van de menselijke beschaving geleid heeft tot de idee dat het menselijk leven heilig is, dat je een medemens niet mag vermoorden, zeker niet vanuit het idee dat jij superieur bent aan hem.

Gedenk het Nuremberg-tribunaal uit 1945-1946, waarbij de belangrijkste nazi-kopstukken van het Hitler-regime, verantwoordelijk voor de Tweede Wereldoorlog en voor de Holocaust ter dood werden veroordeeld en terechtgesteld. Vergeet niet het tribunaal, dat Saddam Hussein, die massaal onschuldige Koerden, ook kinderen en bejaarden, genadeloos met gasbommen uitmoordde, door het wereldhistorisch gerecht ter dood is veroordeeld en is opgehangen.

Daarom, als je om één of andere reden je aangetrokken voelt tot een totalitaire ideologie, kijk dan hier wat er gebeurde met de nazi 's, die geloofden in het Duizendjarige Rijk en de superioriteit van het Arische ras...

Convicted to death by hanging:

  • Wilhelm Keitel
  • Joachim Von ribbentrop
  • Alfred Rosenberg
  • Julius Streich
  • Alfred Jodl
  • Hans Frank
  • Wilhelm Frick
  • Arthur Seyss Inquart
  • Hermann Goering (pleegt zelfmoord in de gevangenis met een cyancali-capsule)

De nog grotere criminelen, Adolf Hitler, Joseph Goebbels en Heinrich Himmler hadden intussen zelfmoord gepleegd.

Jongeren, met radicale en totalitaire ideeën, is dit wat julie voor ogen hebben, een smadelijke dood door ophanging, of zelfmoord, want dit is waartoe jullie ideeën en gedrag uiteindelijk toe zullen leiden...

 

07-11-07

Mijn Indi nachtwinkel en de Sepoy-opstand

 sepoy_hanging


Soms overkomt mij een gevoel van opgenomen te zijn in het grote wereldhistorische proces. In mijn buurt zijn ettelijke nachtwinkels, hoofdzakelijk gerund door Indi 's en Pakistani 's. Ze halen hun winst hoofdzakelijk uit de verkoop van alcohol voor de verdorven Westerlingen die wij zijn. Zonet was ik in één van die nachtwinkels; de televisie staat daar altijd aan en ik hoor het getater in een mij onbekende taal. De gerant deed verontwaardigde gebaren, hij was het niet eens met wat er gezegd werd.

Ik vroeg hem welke taal hij sprak. Ik heb het allemaal niet zo goed begrepen, het was van 'Pakistani, Indi, Bengali'. We communiceerden in de Engelse taal, die mij zo lief is. Maar ik besefte dat we communiceerden in de taal van de Engelse kolonisator, die zo wreed het lichaam van de Indiaase cultuur in de 19de eeuw heeft verkracht.

Meerbepaald dacht ik aan de Sepoy-opstand uit 1858. Het Engelse leger in India bestond hoofdzakelijk uit autochtone Indi 's. Tot dan toe leefden de verschillende culturen en religies in een harmonieus samenlevingsverband.

Maar in de tweede helft van de 19de eeuw begonnen de Engelsen een 'beschavingsoffensief' onder het mom van de christelijke superioriteit. Indi 's werden als inferieur beschouwd, en om hun minachting voor de de Indi 's te affirmeren, introduceerden de Britten het gebruik van varkensvet voor de geweren van de autochtone  eenheden, vet van varkens die in de Hindi- en Islam-traditie als onrein worden beschouwd.

Het was een vorm van symbolische oorlogsvoering met verreikende gevolgen. De autochtone sepoy-troepen kwamen in opstand, en slachtten genadeloos de Britten af.

Een tegenreactie van de Britse kolonisator kon natuurlijk niet lang uitblijven. Ze stuurden hun wreedste generaal naar India, en die liet tienduizenden Indi 's aan de bomen ophangen.

Om dit verhaal naar een algemener niveau op te trekken: begrijp dat er een heel groot ressentiment en wraakgevoel is in hoofde van de vroegere kolonies van het Westen. Zo kan je wellicht beter begrijpen wat er op 9/11 gebeurd is. Ik keur dat helemaal niet goed, ik ben wars van geweld, maar ik kan het wel begrijpen, en ik wil dat jij het ook begrijpt.

 

 

01:57 Gepost door Johnsatyricon in geschiedenis | Permalink | Email dit | Tags: geschiedenis, sepoy, india, engeland, imperialisme, koloniamisme |  Facebook | |  Print

29-08-07

De Feeënboom: derde ondervraging van Jeanne d' Arc

Uit de originele processtukken, uitgegeven en in het Frans vertaald door Raymond Oursel, Le procès de condamnation de Jeanne d' Arc, Paris, 1954.

Zaterdag 24 feruari 1431

(Het begin van dit verhoor is niet interessant voor een lezer van vandaag)

...

V: Je had graag een man geweest, niet? Toen je naar Frankrijk moest?

A: Ik heb u daarover al geantwoord.

V: Liet je de beesten op de wei grazen?

V: Ik heb u daarover al geantwoord. Als ik groot was en op de leeftijd des onderscheids, lette ik meestal niet op de beesten, maar ik hielp om hen naar de wei te leiden, en naar een kasteel genaamd l' Ile, toen we grote schrik hadden van de soldaten. Ik herinner mij niet meer of ik in mijn jonge jaren op de beesten lette of niet.

V: En die boom, weet je, in de nabijheid van het dorp?

A: Ja, vlakbij Domrémy is er een boom; men noemt hem de boom der Dames of soms ook de boom der feeën. Niet ver daarvandaan is er een bron. Ik heb gehoord dat de zieken daar gaan drinken en water putten, om hun gezondheid terug te krijgen. Dat heb ik met mijn eigen ogen kunnen zien. Maar of ze genezen of niet, dat zou ik u niet kunnen zeggen. Ik heb ook horen zeggen dat de zieken, als ze het kunnen, gaan wandelen onder de boom.

En het is een grote boom, een beuk, genaamd 'le Fay'; daarvan komt 'de mooie mei' (le beau mai); Hij hoort toe aan Meneer de Ridder Pierre de Bourlemont. Soms ging ik er met de andere meisjes naartoe, en maakte ik slingers voor het beeld van Notre Dame de Domrémy. De ouderen -niet die van mijn leeftijd- vertelden dat de feeën er verbleven. Ik heb gehoord van Jeanne Aubray, de vrouw van de burgemeester en mijn meter, dat ze daar de feeën had gezien. Maar ik weet niet of het waar is of niet. Nooit heb ik, voor zover ik weet, de feeën gezien aan de boom.Of ik hen ergens anders gezien heb, dat weet ik niet.

Ik heb meisjes zien bloemenkransen hangen op de takken van de boom, en soms deed ik dit ook. Soms namen we ze mee, soms lieten we ze daar. Toen ik wist dat ik naar Frankrijk moest, hield ik me nog weinig bezig met spelen en ravotten. Zo weinig mogelijk. Ik weet niet of ik, sinds de leeftijd des onderscheids, onder de boom heb gedanst. Het is mogelijk dat ik er met de andere meisjes heb gedansd; ik speelde meer dan ik danste.

Er is ook een bos, dat men le Bois-Chenu noemt. Men kan het zien vanuit het huis van mijn vader, op ongeveer een halve mijl. Ik heb nooit gehoord dat de feeën er kwamen praten; maar mijn broer vertelde dat men in Domrémy zei: 'Jeanne heeft haar boodschap van de boom der feeën gekregen.' Dit is niet waar. Ik heb hem gezegd dat het niet waar is. En toen ik bij de Koning kwam, waren er die vroegen of er in mijn land een bos was, dat le Bois Chenu heette: want volgens bepaalde profetieën, zou daarvandaan een meisje komen dat mirakelen zou verrichten. Maar ik, Jeanne, heb daar nooit in geloofd.

V: Zou je vrouwenkleren willen aantrekken?

A: Breng mij er één, en laat me gaan. Anders, nee. Ik ben tevreden met  deze kleren, omdat het God behaagt dat ik ze draag.

Bekijk hier de eerste ondervraging van Jeanne d' Arc

25-08-07

Jeanne d 'Arc, enig historisch portret

 

jda2

Dit is het enig historisch poretret dat we van haar hebben, een tekeningetje in de marge van het procesdossier van een notaris wiens naam me even ontsnapt.

Volgens veel ooggetuigen was Jeanne d' Arc een bruinharig mooi meisje (ja ook met welgevormde borsten. Maar niemand, ook niet haar geharde soldaten, waagden het haar seksuele avançes te maken. Meer nog, ze zegden dat ze bij haar geen enkel 'désir charnel' voelden! 

Jeanne La Pucelle als krijgsvrouw

Ooggetuigenverslag van één van de gezellen van Jeanne d' Arc, de hertog van Alençon, in 1456, tijden het Rehabilitatieproces van Jeanne D' Arc. Het gaat om de aanval op Orléans in 1429.

Uit de originele processtukken van het Rehebilitatieproces van Jeanne d' Arc, in in het Frans vertaald door Raymond Oursel, Le procès de réhabilitation de Jeanne d' Arc, Paris, 1954.

De hogergenoemde hertog d' Aleçon verklaart:

"Ik kon de forten zien die voor Orléans [door de Engelsen] waren aangelegd, en hun kracht vaststellen. Het is meer door een mirakel dan door de macht der wapens dat we ze konden innemen, zo dunkt me.

Vooral het fort 'les Tourelles' (die de brug bewaakt) en het fort van de Augustijnen: Indien ik daar was geweest met een zwak garnizoen, had ik zes of zeven dagen zonder angst de machtigste troepen kunnen weerstaan, en ik denk niet dat ze me zouden liggen hebben gehad.

Trouwens, de soldaten en kapiteins die erbij waren schreven de gebeurtenissen in Orléans toe aan een mirakel van God en niet aan het werk van de mensen. Ik heb het meer dan eens horen zeggen van Meester Ambroise de Loré, die prevoost van Parijs was.

Ik zag Jeanne, sinds ze de Koning verlaten had, terug bij het opheffen van de belegering van Orléans. 

We verzamelden alle mannen van de Koning, tot 600 lansen, om op te rukken naar Jargeau, dat de Engelsen bezetten. Die nacht sliepen we in een bos. 's Morgens arriveerden andere koninklijke troepen, onder de leiding van de Bastaard van Orléans en heer Florent d' Illiers, alsook andere kapiteins. Bij het verzamelen bleken het ongeveer 1200 lansen te zijn.

Er was discussie onder de kapiteins, de enen waren van oordeel om de stad aan te vallen, de anderen om niets te doen,want, zeiden ze, de Engelsen waren daar in groten getale en kracht verzameld.

Jeanne, die deze discussie volgde, zei dat ze niets te vrezen hadden; dat men niet moest aarzelen om de Engelsen aan te vallen, want het was God die de zaak leidde; als ze er niet van overtuigd was dat God over de onderneming waakte, zo verzekerde ze ons, dan had ze liever de lammeren gehoed dan zich aan grote gevaren bloot te stellen.

Dus rukten we op naar Jargeau, met de bedoeling om de versterkingswerken in te nemen en er de nacht door te brengen. Toen de Engelsen onze aanval gewaarwerden, kwamen ze ons tegemoet, en, de eerste keer dreven ze de mannen van de Koning terug.

Toen Jeanne dit zag, nam ze haar banier en ging ten aanval, terwijl ze de soldaten aanmoedigde om dapper te zijn. Ze vochten zo hard dat we die nacht onze tenten opsloegen in Jargeau. En ik geloofde dat God deze aanval had geleid.! Want die nacht waren er bijna geen schermutselingen, in die zin dat, als de Engelsen een aanval hadden uitgevoerd, onze mannen in groot gevaar zouden verkeerd hebben.

Onze mensen stelden de artillerie op, lieten bombarden en belegeringswerktuigen aanrukken tegen de stad, voor als de dag zou komen, en hielden enkele dagen later krijgsraad om te beslissen hoe men de stad zou bevrijden. 

Tijdens deze beraadslaging, kwam men te weten dat La Hire gepraat had met heer Suffort, waarover ik en de leiders van de campagne niet tevreden waren. La Hire werd op het matje geroepen; hij kwam.

Na zijn aankomst werd besloten om aan te vallen. De herauten schreeuwden: 'Ten aanval', en Jeanne zelf zei tegen me: 'Vooruit, mooie hertog, ten aanval!' Ik was van oordeel dat de aanval te vroeg kwam. Jeanne repiceerde: 'Wees niet bang; het is het uur dat God behaagt; en als God het behaagt, dan is het tijd om in gang te schieten! Help jezelf, en de Hemel zal je helpen...'

En ze voegde daaraan toe: 'Ah! mooie hertog, ben je bang? Weet je niet meer dat ik aan je vrouw beloofd heb om je veilig en levend terug te brengen?'

Dat is waar, toen ik mijn vrouw verliet om mij bij de campagne van Jeanne te vervoegen, vroeg mijn vrouw aan Jeanne om over mij te waken; ze zei dat ik al eens krijgsgevangen genomen was, dat ik toen zoveel geld heb moeten betalen om mij vrij te kopen, dat ze me vroeg om deze keer niet te vertrekken.

Waarop Jeane zei: 'Mevrouw, wees niet bang. Ik zal hem veilig en levend terugbrengen, in dezelfde staat, of nog beter, dan hij vandaag is.'

Tijdens de aanval op Jargeau, bevond ik mij op een gegeven moment op een bepaalde plaats; Jeanne zei me toen om uit de weg te gaan. Als ik dit niet deed: 'Zie', zei ze, terwijl ze me een katapult in de stad liet zien, 'dat tuig zal je doden.' Ik ging weg, en even later op dezelfde plaats waar ik was en door dezelfde katapult, viel er een dode, Mgr. du Lude. Ik had er achteraf grote schrik van en was ten zeerste verwonderd door de woorden van Jeanne.

Daarna ging Jeanne ten aanval, en ik ging met haar mee. Toen we naderden, riep de graaf van Suffort [de Engelse gegercommandant] dat hij met mij wou spreken. We gaven hem geen gehoor en gingen door met de aanval. Jeanne was daar, op een aanvalsladder, met haar banier, en de banier werd geraakt. Jeanne kreeg zelf een steen tegen het hoofd die haar helm brak.

Ze viel [van de ladder] op de grond, en toen ze zich oprichtte, riep ze: 'Vrienden, vrienden, vlug, vlug! Onze Heer heeft de Engelsen veroordeeld. Nu zullen we ze hebben! Schep moed !' Toen werd Jargeau ingenomen en de Engelsen trokken zich terug naar de bruggen, achtervolgd door de Fransen. Bij de achtervolging doodden we meer dan 1100 man. "

(...)

Trailer Luc Besson Jeanne d' Arc 'The Messenger'

Waarschuwing: dit clipje is niet geschikt voor -14 jarigen en ook niet voor gevoelige mensen, omdat die zeer gewelddadige scènes bevat! 

Trailers zijn zeer efficiënte methode om het succes van films en bij uitbreiding multimediale blogs te promoten. Onderzoek het belang van populaire harde muziek. Die bieden een nieuwe dimensie toe aan de trailer. Zorg ervor dat trailers niet te lang, zijn, verklap niet teveel beelden, zeker niet over de afloop van de film.

Persoonlijk vind ik deze trailer iets te lang en te gewelddadig. Hij toont veel gewelddadige beelden die nu eenmaal goed verkopen. De middeleeuwen waren een gewelddadige tijd, maar zijn we zoveel beter geworden?

Het andere aspect van Jeanne, haar visioenen, haar 'stemmen', stond ze echt in contact met God of was ze psychotisch?, haar hoogmoed "You fought for yourself, Jeanne"-"No!" is nu éénmaal moeilijke visueel in kaart te brengen.

Jeanne d' Arc op de branstapel

Uiteindelijk, in 1431, wordt Jeanne d' Arc als een heks en ketteres tot de brandstapel veroordeeld. Heeft ze haar historische opdracht, haar opgedragen door God, vervuld? Of was ze slechts een fantasievolle leugenares? Je zou voor minder vervuld zijn van innerlijke twijfel, als de vlammen van de brandstapel jouw lichaam beginnen te verkolen, het lichaam van een meisje van amper 19 jaar...

Het schijnt dat de massaal aanwezige toeschouwers, ook haar rechters en beulen tot tranen toe bewogen waren bij de ijselijke doodskreeten van dit jonge meisje.

In het latere Rehabilitatieproces rond 1450 getuigde de beul dat het hart en de ingewanden van Jeanne in het vuur intact waren gebleven, hoezeer haar voorlichaam overvloedig met olie, solfer en buskruit waren ingesmeerd.

De Engelsen smeten vlug de verkoolde reste van Jeanne in de Seine, bevreesd als ze waren voor hekserij.

 

24-08-07

Proces Jeanne d' Arc: eerste ondervraging

Uit de originele processtukken, uitgegeven en in het Frans vertaald door Raymond Oursel, Le procès de condamnation de Jeanne d' Arc, Paris, 1954.

Woensdag 21 februari 1431

V: Wat is je naam en familienaam?

A: Thuis noemden ze me Jeannette. Sinds ik naar Frankrijk kwam, noemen ze mij Jeanne. Mijn familienaam ken ik niet.

V: Waar ben je geboren?

A: In Domrémy, dat verenigd is met Greux. De hoofdkerk staat in Greux.

V: Hoe heet je vader? En je moeder?

A: Mijn vader heette Jacques d' Arc. Mijn moeder heet Isabelle.

V: Waar ben je gedoopt?

A: In de kerk van Domrémy.

V: Wie zijn je peter en je meter?

A: Eén van mijn meters heette Agnès, een ander Jeanne, en nog een andere Sibylle. Eén van mijn peters heette Jean Lingué, een andere Jean Barrey. Ik heb nog andere meters, zo vertelde mijn moeder.

V: Wie is de priester die je gedoopt heeft?

A: Jean Minet, denk ik.

V: Leeft hij nog?

A: Ja, ik denk het wel.

V: Goed, hoe oud ben je?

A: negentien jaar, of daaromtrent. Mijn moeder heeft mij het Pater Noster, Ave Maria en Credo geleerd. Ik heb mijn geloof van niemand anders dan van mijn moeder geleerd.

V: Zeg het Pater Noster op, alsjeblieft.

A: Neem mij de biecht af, en ik zal het opzeggen.

(Bisschop Caucon dringt aan. Jeanne blijft weigeren.)

V: En als ik één of twee notabele personen van de Franse nationaliteit zou erbij halen, zou je dan het Pater Noster opzeggen?

A: Nee. Tenzij me ze de biecht zouden afnemen.

V: Welnu, luister goed, Jeanne. Het is je verboden om zonder onze toestemming de gevangenis in het kasteel van Rouen waarin je bent ondergebracht te verlaten.

A: Ik aanvaard geen enkel verbod. Als ik zou ontsnappen, kan niemand mij ervan beschuldigen dat ik mijn geloof zou verraden hebben. En ik protesteer tegen de boeien die ze me hebben aangedaan.

V: Dit is omdat je verschillende keren geprobeerd hebt te ontsnappen uit andere gevangenissen, waarin je werd opgesloten. Daarom, Jeanne, hebben we je in de boeien geslagen, opdat je op die manier beter zou bewaakt worden.

A: Het is waar, ik wou ontsnappen en ook nu, als ik dat zou willen. Elke gevangene heeft het recht om te ontsnappen.

Joan of Arc: saint, heroine and martyr

Joan of Arc is a character who chills me to my deepest marrow. She has something that touches a deep archetypical root within me.

Just like me, she was a warrior, she only wanted the Good for her society, but she became the victim of her own succes and vanity. As a result, she was burnt at the stake as a witch and heretic in front of the Cathedral of Rouen, on May 31st 1431.