20-10-13

Galenus' pneuma en Descartes' animale geesten

Descartes ontwikkelt in de 17de eeuw een conceptueel model van het zenuwstelsel. Hoe archaïsch en foutief dit model ook is vanuit de huidige stand van de wetenschap, Descartes had het bij het rechte eind op twee vlakken, namelijk dat de hersenen en niet het hart het centrum van het zenuwstelsel zijn, en dat er een specifieke zenuwenergie bestaat die de hersenen met de organen, de zintuigen en de spieren verbindt.

In de Oudheid werd al gediscussieerd over de vraag of het denken en de emoties zich in de hersenen of in het hart bevinden. Plato situeerde het denken in de hersenen, maar het was vooral de foutieve 'cardiocentrische' opvatting van Aristoteles die gedurende meer dan 1500 jaar het Westerse denken op een dwaalspoor deed belanden. Volgens Aristoteles, die, zo zegt men, nooit menselijke hersenen had gezien, was het hart de zetel van de waarnemingen, de emoties en de intelligentie. Wellicht is er geen enkele denker die zo 'n gigantische invloed op het Westerse denken heeft gehad als Aristoteles. In de middeleeuwen, in de 13de eeuw, cementeerde Thomas van Aquino het bouwwerk van de scholastiek, een synthese van Christelijke geloofswaarheden en Aristotelische opvattingen. Na gedurende korte tijd als ketterij te zijn veroordeeld, werd het thomisme als de heilige waarheid gesacraliseerd, en was het verboden om te twijfelen aan de ideeën van 'doctor angelicus' Thomas van Aquino of de grote Meester Aristoteles.

De Griekse geneeskunde echter, die zeer observatiegericht was, had een veel beter zicht op het belang van de hersenen dan Aristoteles. Hippocrates en zijn collega 's (5de eeuw voor Chr.) bestuderen schedelwondes en hoe die tot motorische deficiënties leiden. Ze ontdekken bijvoorbeeld dat, wanneer de rechterkant van de hersenen getroffen is, dit leidt tot motorische storingen in de linkerkant van het lichaam. De empirische kennis van de hersenen en het zenuwstelsel werd verder ontwikkeld door Galenus in de 2de eeuw na Chr. Deze was een gladiatorenarts en had als dusdanig de kans om interessante wonden te bestuderen. Zijn faam groeide in Rome zo sterk dat hij de lijfarts van keizer Marcus Aurelius werd.

In dit filmpje zie je hoe Galenus bewees dat de hersenen en niet het hart het commandocentrum van het lichaam zijn, door één bepaalde zenuw van een varken door te snijden, waarna het arme dier niet meer kon krijsen. Vermits de Romeinse wetgeving verbood dissecties op lijken uit te voeren, was Galenus verplicht zich tot dierenlichamen te beperken.

Hoewel veel van Galenus' observaties en experimenten correct bleken te zijn, kon hij in de toenmalige stand van de wetenschap niet weten hoe de hersenen via de zenuwen commando 's aan het lichaam geven. Wij weten nu dat dit via elektrische en chemische signalen gebeurt. Maar dat kon Galenus niet weten. Hij volgde Erasistratos (2de eeuw v. Chr.) in de opvatting dat de zenuwen 'psychische pneuma 's' bevatten die verantwoordelijk zijn voor het gevoel en de motoriek. Het pneuma (wind, lucht, adem) is volgens Galenus het orgaan van de ziel dat door de zenuwen stroomt en op die manier hersenen, zintuigen en bewegingsorganen verbindt. Dit pneuma zal in de 17de eeuw de 'animale geesten' van Descartes worden, en in de 18de eeuw het 'nerveuze fluïdum'.

geheugensteun: Galenus neemt ook de theorie van de vier humores of lichaamssappen van Hippocrates over: bloed, slijm, gele gal en zwarte gal.

11:22 Gepost door Johnsatyricon | Permalink | Commentaren (0) |  Print |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.