27-09-13

Descartes: dierlijke geesten en vrouwelijke automaten - de mechanica van het zenuwstelsel

Descartes-reflex.JPG

De neuronen of zenuwcellen zijn geen lange draden of kabels die in heel het lichaam vertakt zijn, zo leert de moderne neurologie. Zoals hun naam al aangeeft, zijn zenuwcellen aparte cellen, die met elkaar communiceren via elektrische en chemische signalen. Ze zijn van elkaar gescheiden door een smalle spleet, de synaps. Wanneer een neuron via zijn ingang, de dendrieten, geprikkeld wordt, ontstaat een elektrische stroom, die via zijn uitgang, het axon, 'afgevuurd' wordt. Daar openen zich speciale blaasjes met chemische stoffen, de neurotransmittors, die de synaptische spleet overbruggen en zich chemisch binden met de receptoren in de dendrieten van een nabijgelegen cel. Naargelang de aard en de omvang van het aantal neurotransmittors ontstaat in dit laatste neuron al dan niet een elektrische stroom, die gecodeerd is als "vuur!" of "vuur niet!"

Nadat de neurotransmittors hun werk gedaan hebben, keren ze normaal gesproken terug naar hun blaasjes in het axon van het eerste neuron. Een bekende neurotransmittor is serotonine, die, zo zegt de neurologie, verbonden is met het gevoel van welbehagen. Een gebrekkig functioneren van serotonine zou aan de oorsprong liggen van depressie, de moderne welvaartsziekte. Er bevinden zich te weinig serotoninedeeltjes in de synaptische spleet, zodat de neuronen niet goed met elkaar communiceren. De serotonine die door de eerste cel wordt uitgescheiden, keert bijvoorbeeld te vroeg terug naar de herkomstblaasjes. Op dit principe is het actuele antidepressivum, de SSRI (selective serotonine reuptake inhibitor) gebaseerd. Het werkzame bestanddeel van de SSRI blokkeert voor de serotoninedeeltjes de poortjes naar de blaasjes van de vurende cel, zodat ze langer in de synaptische spleet blijven en de communicatie met de doelcel tot stand brengen. Prozac, de eerste SSRI van de Amerikaanse firma Eli Lilly, was geweldig populair in de jaren negentig.

Belangrijk in deze tekst is dat zenuwcellen via elektrische en chemische signalen met elkaar communiceren en dat het zenuwstelsel niet bestaat uit lange draden, maar uit afzonderlijke cellen. Dit alles werd uiteraard heel recent in de menselijke geschiedenis ontdekt door de neurologie vanaf de 19de eeuw. Descartes, die we vooral kennen als filosoof en wiskundige hield zich ook met fysiologie bezig. In Les passion de l' âme (1662), dat hij als een soort psychologieboek voor prinses Elisabeth van de Palts schreef, gaf hij zijn visie op het zenuwstelsel:

"(L)es nerfs... sont comme de petits filets ou comme de petits tuyaux qui viennent tous du cerveau, et contiennent ainsi que lui un certain air ou vent très subtil qu' on nomme les esprits animaux".

Zenuwen zijn kleine koordjes of kleine buisjes, die alle vanuit de hersenen komen, en die zoals deze gevuld zijn met een zeer ijle lucht of wind, die men animale geesten noemt. Beweging van een lichaamsdeel ontstaat door een stuwing van die animale geesten in de zenuwbuisjes van een spier die daardoor opzwelt en zich beweegt. Hij demonstreerde dit principe aan de hand van de reflexboog in bovenstaande gravure. Het vuur dat bestaat uit kleine bewegende deeltjes prikkelt in de voet de zenuwbuis (c-c), die als een schellekoord het klepje bij de hersenholte opentrekt. Het gevolg is dat de zenuwvloeistof uit de hersenholte naar de zenuwen van de voet stroomt en de voet van het vuur wegtrekt.

Descartes was daarmee in zekere zin de uitvinder van het principe van de 'reflex'. Een sensorische stimulus roept een motorische reactie op. Descartes had het echter bij het verkeerde eind, door te stellen dat bij een automatische reflex de informatie helemaal tot in de hersenen stroomt en dan terug naar de geprikkelde spier. Dit zou bij levensbedreigende situaties enkele milliseconden teveel zijn. Daarom heeft de evolutie een shortcut gemaakt. De informatie wordt onmiddellijk in het ruggenmerg (samen met de hersenen het centraal zenuwstelsel) verwerkt en naar de spier teruggevuurd. Wanneer een kind zijn hand in het vuur steekt, zal hij bliksemsnel zijn hand uit het vuur terugtrekken, omdat de centrale hersenen niet meespelen bij een reflex, en het ruggenmerg het commando overneemt. Of wanneer de dokter met een hamertje op je knieschuif klopt, wipt je onderbeen razendsnel naar boven.

Waar Descartes het eveneens bij het verkeerd eind had, was dat hij -geheel in overeenstemming met het mechanicisme van de 17de eeuw- de communicatie in het zenuwstelsel als een mechanisch proces opvatte: stoten, duwen en trekken,  of als de hydraulica van spuitende fonteinen. De eeuw van de Barok eeuw was gefascineerd door mechanica, fonteinen en automaten. Descartes was gefascineerd door automatische poppen. Hij zou van plan geweest zijn een dansende man, een vliegende duif en een op een fazant jagende hond te bouwen. Maar een man blijft een man. Het verhaal gaat dat hij een mooie vrouwelijke pop in elkaar had geknutseld. Maar zij werd aan boord van een schip door de kapitein ontdekt die haar uit angst voor hekserij overboord liet gooien.

olympia2.jpgDe mooiste vrouwelijke pop in de literatuur is Olympia in De zandman van E.T.A. Hoffmann. Het verhaal werd door Freud geanalyseerd in Das unheimliche. Hij had natuurlijk een hele kluif aan het mannelijk hoofdpersonage, de student Nathanael, die verliefd werd op een mooie mechanische pop, die wondermooi kon dansen en die naar de naam Olympia luisterde...

Ja, blijven vrouwen niet, ondanks alle emancipatie en vrouwenbladen, voor ons, mannen, een klein beetje mechanische poppen?...

Een associatie die me nu te binnenschiet (neuronen vuren!), is dat de bekende Britse economist J.M. Keynes, die aan de oorsprong ligt van 'keynesiaans beleid', een term die je soms wel eens hoort in de media, ook sprak van 'animal spirits'. Een economische crisis betekent dat de animal spirits uit de economische kringloop zijn verdwenen. Keynesiaans beleid betekent dat de overheid via bestedingen de animal spirits opnieuw in de economie pompt. Dit is uiteraard maar een metafoor, een beeldspraak. Maar heeft hij die term bij Descartes gehaald? Ik weet het niet, maar het is niet onwaarschijnlijk, vermits Keynes een zeer belezen en veelzijdig man was. De metafoor van de economische kringloop is in alle geval op de bloedsomloop in het menselijk lichaam gebaseerd. De ontdekking van de bloedsomloop door Harvey vond eveneens in de 17de eeuw plaats, net als de sensorisch-motorische reflex van Descartes. Vandaar dat het orthodox economisch denken nog in merg en been mechanicistisch is, met alle gevolgen vandien...

Ach, het geheim van het leven, dat zijn fonteinen die hun dierlijke geesten in de synaptische spleten spuiten...

11:59 Gepost door Johnsatyricon | Permalink | Commentaren (0) |  Print |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.