23-09-13

Medelijden is het luxebrood van de rijken

Ik weet niet goed waar ik hier naartoe wil schrijven. Het zij zo.

'De deugd begint met de welstand', zegt Balzac in de Rabouilleuse, en in de Illusions perdues spreekt Vautrin van 'de luxe van het eervolle gedrag', die men zich pas kan veroorloven wanneer men een voldoende stevige positie en een dienovereenkomstig vermogen heeft.

Twee marxistische professoren, die mij in een vroegere fase van mijn ontwikkeling veel geleerd hebben, schreven dat 'medelijden het luxebrood van de rijken is'. Die uitspraak is mij altijd bijgebleven. Ook een film waarvan ik de titel niet meer weet, zegt met andere woorden en in een andere context ongeveer hetzelfde. Het verhaal speelt zich af in 1915, tijdens de Eerste Wereldoorlog. De Engelsen waren geland in Gallipoli, in het Turks-Ottomaanse Rijk, een bondgenoot van Duitsland, in een poging de bloederige stellingenoorlog aan het westelijk front te doorbreken. Deze militaire operatie liep desastreus af.

Wat ons hier interesseert, is dat krijgsgevangen genomen Britse soldaten door de Turken werden afgemaakt. Het hoofdpersonage, een Britse officier, spreekt daarover zijn verontwaardiging uit tegen een geciviliseerde Turkse officier. Ik herinner me de juiste woorden niet meer, maar de Turkse officier zei tegen de Britse officier iets in de zin van: wij hebben niet de economische mogelijkheden om zoveel krijgsgevangenen onder te brengen en te voeden. Dit heeft niets met onmenselijkheid of barbarij te maken, maar met het ontbreken van middelen. Het is gemakkelijk voor jullie, Britten, om ons de les te spellen, jullie zijn een welvarende natie. Jullie hadden de economische middelen om de Boeren tijdens de Boerenoorlog in gevangenenkampen onder te brengen (De Britten waren tijdens de Boerenoorlog rond 1900 -de opstand van de oorspronkelijke Hollandse kolonisten in Zuid-Afrika tegen de Britse koloniale heerschappij-, de uitvinders van de term 'concentratiekamp', JS).

Alleen de rijken en de machtigen kunnen het zich permitteren zich moreel superieur te wanen en de anderen de les te spellen, omdat ze over voldoende hulpbronnen beschikken om 'moreel' gedrag te vertonen. Zo lijken drie hogergenoemde disparate anekdotes samen te vloeien.

En vaag dringen zich herinneringen op aan mijn lectuur van Nietzsches 'Genealogie van de moraal', of was het 'Aan gene zijde van goed en kwaad'. Het kwam er ongeveer op neer, dat de woorden 'goed' en 'slecht' etymologisch respectievelijk verwijzen naar de aristocratische klasse en het eenvoudige volk. De waarden die in de moraal als 'goed' beschouwd worden, waren, zo zegt Nietzsche, oorspronkelijk de waarden van de aristocraten. Daarmee gaat hij in tegen de opvatting van Plato, dat het 'goede' ergens in een schimmige wereld van de 'ideeën' rondzweeft, met andere woorden een ontologische grondslag heeft. De Idee van het Goede werd vervolgens door het Christendom in God verankerd.

Wat ik me nog herinner van Nietzsches bewering dat morele oordelen niet in de lucht zweven, maar met sociale machtsbelangen samenhangen: de aristocraten in de Griekse maatschappij (Nietzsche is anti-modernist en anti-egalitair, als classicus vind hij zijn grote voorbeeld in de Griekse Oudheid) werden de 'kaloikagathoi 'genoemd, de schonen en de goeden (the bold and the beautiful!), de 'schonen' zijn diegenen die zich dankzij hun middelen en talenten maatschappelijk kunnen ontplooien, daarom zijn ze 'goed'. In het Duits liggen 'schlecht' en 'schlicht' (eenvoudig, bescheiden) qua klanken dicht tegen elkaar. Nietzsche leidt daaruit af dat het 'slechte' in de moraal zijn oorsprong vind in de moraal van de sociaal zwakkeren, de machtelozen.

Ik weet niet of Nietzsche gelijk heeft, ik ben zo kritisch geworden tegenover grote denkers, systemen, ideologieën dat ik niets meer op zijn face value aanneem, enkel die ideeën die ik proefondervindelijk, dit is in mijn reële ervaring, geverifieerd heb. Maar goed, zijn visie sluit heel goed aan bij wat ik beweer, namelijk dat alleen wie rijk en machtig is, zich de schijn van absoluut moreel handelen kan aanmeten. Maar dat dit niet meer dan schijn is, dat weet het kleinste kind. Maar in een wereld waar alles om schijn en m' as-tu vu draait, kan dit wel tellen. Kijk eens, hoe moreel ik ben!

'Medelijden is het luxebrood van de rijken', ja ik denk dat die oude marxistische professoren ergens gelijk hadden. De marxisten zijn intussen mijn vijanden geworden, maar wie zei ook alweer dat men het meest van zijn vijanden leert?...

22:24 Gepost door Johnsatyricon | Permalink | Commentaren (0) |  Print |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.