06-08-12

Museum der weemoed

De twee bronnen van zijn genot: het erudiete en het obscene.

Katzenschreck: korrels om katten af te schrikken. Het beestje op de verpakking ziet er geschrokken uit.

Gezien in een heemkundig museum, tussen oude naaimachines: een foto van Paul van Ostaijen met een Singer naajmasjien. De eerste die het aandurfde om in de poëzie over huishoudelijke voorwerpen te schrijven. 

De museumvrijwilliger leerde hem een nieuw woord: ontwijding van een kerk. Wanneer een kerk bij gebrek aan gelovigen niet meer gebruikt wordt, dient ze door de bisschop ontwijd te worden. God wordt in het museum bijgezet. 

Oma 's slaapkamer, annex pispot en crucifix, heeft hij eveneens in dat museum gezien. Alsook tanden van oude dieren en vissen, versleten Mariabeeldjes bij de vleet, een 19de-eeuws portret van de afgevaardigd-beheerder van de NV Cimenteries de l' Escaut, de kick van het aanschouwen van de macht, net zoals toen hij in het bureau was van de directeur van Bois-du-Luc, een Waalse steenkoolmijn; eveneens zag hij een café uit de jaren zestig, genre De Kampioenen, met sportbekers, foto 's van fanfares, aanplakbiljetten van duivenmelkersbonden, het obligate spaarkasje, een sfeer die hij, toen hij jonger was, ook nog wel gekend had, maar die bijna niet meer terug te vinden is in zijn biotoop, de grootstad. Hij wist het wel, het ruikt naar gratuite weemoed, maar af en toe doet het deugd daaraan toe te geven.

11:27 Gepost door Johnsatyricon | Permalink | Commentaren (0) |  Print |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.