13-04-12

Ik geniet, dus is het waar

Wanneer gaat rationeel argumenteren voor een zaak (het milieu, de markt, de nationale identiteit,...) over in drammen, moraliseren en preken? Daar waar het discours doorboord, geperforeerd en vaak vleugellam gemaakt wordt door het genot. Zizek noemt dit de 'geheime kern van het genot', die het discours doordesemt. Descartes en Lacan dooreenhaspelend, zou men kunnen zeggen Je jouis, donc ce que je pense, c' est vrai.

Het schrijvend hoofdpersonage in dit boek beseft dat hij door te schrijven niet de waarheid bereikt, noch de eeuwigheid, maar een steeds verschuivende keten van betekenissen. Dit is een Lacaniaanse zin.

'Ambivalentie' zou men kunnen omschrijven als een telkens spaak lopende subjectidentificatie, het failliet van de restloze identificatie met een discours.

Nergens anders is de kloof tussen werkelijkheid en literatuur zo diep en zo onoverbrugbaar als bij de representatie van vrouwelijke personages. Met Lacan zouden we de vrouw 'le réel' kunnen noemen, omdat ze aan de orde van het symbolische ontsnapt. Het reële is de brute, vóórtalige werkelijkheid, het symbolische is de orde van de taal.

De auteur van deze paragrafen heeft de betekenaars ervan bijeengesprokkeld uit Mythe en geschiedenis. De wereld van Paul de Wispelaere.

 

12:06 Gepost door Johnsatyricon | Permalink | Commentaren (0) |  Print |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.