29-01-12
Grijze ogen
Zij is mooi
tenminste: natuurlijk-mooi
mooi-zijn met een hoekje af
je weet niet wat je mooi vindt
-ze heeft iets van een schriele kip-
zo 'n kip met wat pluimen uitgepikt
die toch waardig door 't leven stapt
Ja, dat is 't:
ze heeft iets waardigs:
te weinig om zwaan te zijn,
maar teveel voor een kip
toen ze binnenschreed
dacht ik "waaaw'
die uitstraling,
die présence
Maar ze heeft iets koels
dat maakt mij heet
haar grijze ogen
wat zit daarachter?
het niets?
of toch iets?
een koele vrouw
is als een kat
als ze naar je kijkt
dan ben je van hogen huize
terwijl,
een warme vrouw
is als een hond
die kijkt naar iedereen
zonder onderscheid des persoons
Neen,
de koele ogen van de kat-vrouw
doen mij rillen van lust
Lichte braakzucht
Eénmaal je de formats op televisie gedecodeerd hebt, dit wil zeggen, dat je begrijpt hoe ze gemaakt worden, en hoezeer je als kijker gemanipuleerd wordt -misschien een te sterke uitdrukking- maar alleszins door het oog van de camera misleid wordt om te geloven dat de blik van de camera samenvalt met een "natuurlijke" manier van te kijken naar de werkelijkheid, dan kan je overvallen worden door verveling en zelfs afschuw. Of je kan opmerken dat steeds dezelfde truukjes en lichaamshoudingen van een programmapresentator terugkomen. Al een tijd geleden merkte ik in de -overigens excellente BBC-documentaires- een tic op, waaraan ik me steeds meer begon te ergeren. Als overgang naar een andere scène, zegt de presentator iets in de zin van "en nu gaan we iets belangrijks zien", hij loopt naar de camera toe, kijkt er recht in, en loopt dan opzij van de camera weg. Een soort cliffhanger, waarna het aangekondigde getoond wordt. Ik merk dit ook meer en meer op in niet-BBC documentaires. Hoe die hippe jongens en meisjes onze blik dominerenen het rustige genieten van het getoonde bezoedelen. Hoe die hippe hansworsten van -uiteraard meestal jonge- jongens en meisjes overal rondkrioelen in de media, waardoor mijn tv-ervaring tot een lichte vorm van braakzucht aanleiding geeft, die overigens niet kan opgeheven worden doorr te zappen, want dan kijkt men recht in het gezicht van weeral één van die dynamische, levenslustige jongens en meisjes die het scherm bezoedelen, zodat de braaklust alsmaar groter wordt.
Neen, geef mij maar het vaste camerastandpunt van Arte en een rustige off-screen voice, een weldadige verademing tussen al het jonge media-"talent".
21-01-12
Vlaamse boerendrama 's en Britse comedy
Cultural studies bestudeert o.a. hoe tv-fictie iets kan zeggen over de 'volksaard' (een beladen begrip) van een 'volk'. Eén benadering van een volk, een cultuur, een natie is die van een 'imagined community'. Toegepast op het 'Vlaamse volk': hoezeer sommigen zich ook identificeren met het Vlaamse volk, je kan nooit alle Vlamingen persoonlijk kennen, hoe groot je sociaal netwerk ook is. Dit in tegenstelling tot een reële micro-groep, zoals je familie, je vriendengroep of je collega 's. Identificatie met een volk, een cultuur, bv. de Vlaamse cultuur, heeft dus altijd iets ingebeelds, iets imaginairs, in de zin dat het nooit kan uitgeput worden door reële contacten.
Ik ben sterk beïnvloed geworden door een boek over de 'verbeelde gemeenschap', de televisiefictie die de NIR/BRT/VRT vanaf 1953 uitgezonden heeft. Eén van de rode draden is dat die zich in veel gevallen in het verleden afspeelt, met name in de 'boerenmaatschappij' uit het begin van de 20ste eeuw (bv. Wij, heren van Zichem). Blijkbaar speelde die boerenfictie een belangrijke culturele en identiteitsvormende rol in het Vlaanderen dat vanaf 1960 zijn grote economische opgang kende. In de zin van: kijk eens waarvan wij komen (nostalgische identificatie) én disidentificatie: gelukkig dat die tijd van armoede en achterlijkheid achter de rug is.
Gelijkaardige opmerkingen kan men ook maken over Britse comedy (een subgenre van populaire tv-fictie). Ook die spelen zich dikwijls af in het verleden, maar er komt een andere dimensie scherper uit de verf, die welswaar ook in de Vlaamse boerenfictie aanwezig is, maar in mindere mate: de klassenmaatschappij (bv. de tegenstelling volksklasse, die Vlaamse dialecten spreekt, en de Franstalige bourgeoisie). In Britse comedy is die klassenmaatschappij dominanter aanwezig. Engeland is door en door een klassenmaatschappij, zelfs vandaag nog. Het element klassenmaatschappij wordt ook door de makers van Britse comedy benadrukt, bv. in een documentaire over de comedy Blackadder uit de jaren tachtig. Eén element van humor spruit voort uit de klasseverschillen tussen elite en volk. Bijvoorbeeld, een personage uit de hogere klasse wil dat zijn onderhorige uit de lagere klasse iets doet, en die laatste tracht eronderuit te muizen, of maakt zijn sociaal hogergeplaatse, aan wiens macht hij onderworpen is, belachelijk te maken (bv. Baldrick uit Blackadder goes fourth, het archetype van de eenvoudige Britse sodaat, de 'tommy' versus de blasé officieren uit de hogere klasse).
Ook bij het recente overlijden van de producent van ontzettend populaire Britse comedyreeksen (kan nu even niet op zijn naam komen), zoals Are you being served, Dad 's Army, Haidiho, It ain't half hot, mum en uiteraard Allo Allo, wordt het klassenkarakter van de humor benadrukt. De kijker identificeert zich met de underdog en hoe hij de dwingende machtsrelaties naar zijn hand tracht te zetten. Cultural studies gebruikt hiervoor de term 'resistance'. Machtsrelaties zijn nooit alleen maar top-down processen. De machteloze heeft altijd een bepaalde marge om machtsrelaties een beetje te 'kneden', zodat die leefbaarder worden.
Om te besluiten, fictie is niet alleen maar fictie: altijd sluipen er kenmerken uit de reële sociale wereld in door. We hebben dit besproken aan de hand van 'identiteitsvormende ' tv-fictie, zoals de Vlaamse boerendrama 's en het klassenkarakter van Britse comedy (zoals door de makers en acteurs zelf beklemtoond).
Nietsche en de Duitse cultuur
Veel te lang niet meer geschreven, moet er dus terug inkomen. Bezig met een projectje voor de Duitse les over de 'Märchenkönig' Ludvig II van Beieren (1845-1886), wiens sprookjeskastelen zoals Neuschwanstein jaarlijks nog honderduizenden bezoekers uit de hele wereld aantrekken. Hij was volledig in de ban van Wagner (1813-1883). Wanneer men, na lange tijd opnieuw begint te schrijven, kan men slechts korte zinnetjes maken -hier spreekt de auteur die schrijft, dit is metataal-. Via Wagner is er een link met de filosoof Nietsche (1844-1900). Ook hij was in zijn jonge jaren een fan van Wagner. Later werd hij echter zijn grootste tegenstander. Hoewel Nietsche niet essentieel is voor dit projectje -altijd het eeuwige probleem van de begrenzing, waar begint een tekst en waar zijn zijn grenzen, de notie van het liminale, de grens, het begrensd-zijn van een tekst, het stuwende van de tekst die altijd dreigt zijn bedding te overstromen, de eeuwige uitzaaiing of' dissémination' van Derrida-, voelde ik de drang om Nietsche in het Duits te lezen. Waarom? Zowel uit inhoudelijke en taalkundige belangstelling, als om mij belangrijk cultureel kapitaal toe te eigenen, een element van 'la distinction' van Bourdieu.
Begonnen met Unzeitgemäße Betrachtungen (oneigentijdse beschouwingen), een verzameling van vier essays, gepubliceerd tussen 1872 en 1876:
- David Strauss der Bekenner und der Schriftsteller
- Vam Nutzen und Nachteil der Historie für das Leben
- Schopenhauer als Erzieher
- Richard Wagner in Bayreuth
Ik heb een diagonale manier van lezen ontwikkeld, die eerder bij het browsen op internet, ja, bij het surfen aansluit. Bij het huidige overaanbod van informatie is het -om je geestelijke gezondheid te bewaren- noodzakelijk filters te hebben. Surfen in boeken, in teksten, heeft iemand al die notie gebruikt? Dit betekent bladeren, de papieren bladzijden met je linkerduim vasthouden en ze naar rechts laten vallen, één voor één, ofwel een heel pak tegelijkertijd, tot je blik op een woord of fragment valt dat je aandacht weet vast te houden. Dan begin je te lezen, tot de aandacht verslapt. Als het ingangspunt in de tekst je weet te boeien, lees je verder, en als die je erg blijkt te boeien, ga je terug naar het begin van de tekst, en lees je tot aan het punt waar je begonnen bent.
Nietsche behoort tot de 'canon' van de Westerse boekencultuur, enkele honderden boeken die de tijd overleefd hebben en om één of andere manier ook voor latere generaties belangrijk zijn gebleven. De canon wordt eerder voor literaire werken gebruikt, maar men kan hem ook toepassen op filosofische werken. Nietsche is trouwens een randgeval tussen filosofie en literatuur. Ik heb de Duitse tekst van Unzeitgemäße Betrachtungen in de bibliotheek van literatuurwetenschappen gevonden, niet in die van filosofie. Verderbordurend op de notie van de canon, er is voordurend een culturele machtsstrijd bezig om te bepalen welke boeken en welke niet dot die canon behoren. Er waren de traditionele, 'elitaire' literatuurwetenschappen, die deze canon tracht te verstenen, en de nieuwere stroming van de 'cultural studies', die de canon als discours, als machtsbastion van de blanke man uit de middenklasse aanklaagt, en daartegenover 'alternatieve' scripturen en lecturen op de voorgrond brengt, zoals die van niet-Westerse culturen, vrouwen, homo's en lesbiennes en de werkende klassen.
Het lezen van boeken die tot de canon behoren is onvermijdelijk verbonden met een gevoel van vervreemding, van afstand, omdat die canonboeken 'ontrukt' zijn aan de historische en culturele context waarin ze geschreven zijn. Unzeitgemäße Betrachtungen van Nietsche zijn meer dan 130 jaar oud. Taal, stijl en onderwerpen worden als 'vreemd' ervaren. De context van UB is die van de Duitse eenmaking van 1870/71: de militaire overwinning op Frankrijk en de uitroepeing van het Duitse keizerrijk, leidde in Duitsland tot een gevoel van euforie. De illusie -volgens Nietsche- dat de militaire superioriteit automatisch ook een culturele superioriteit betekende. Dit is geenszins het geval, betoogt Nietsche. De historische context van UB is ons vreemd geworden, tenzij men als cultuurhistoricus professioneel bezig is met het cultuurleven in Duitsland in het laatste kwart van de 19de eeuw. Maar dit is het punt in mijn redenering. Boeken die tot de canon behoren, zijn in staat hun context te overstijgen en ook latere generaties te boeien. Dit wil zeggen, ze worden ontrukt aan de maatschappelijke en culturele context van hun produktie, die door latere lezers 'vergeten' is, en ze kunnen op andere contexten, decennia en zelfs eeuwen later, toegepast worden. Dit betekent dat een hedendaagse lezer andere betekenissen in de tekst 'produceert', dan diegene die de oorspronkelijke auteur erin ingelegd heeft, ja er niet in kon leggen, omdat een schrijver altijd het kind van zijn tijd is.
Toegepast op UB, de oorspronkelijke betekenissen die Nietsche voor ogen had, de situatie rond 1870, interesseert ons niet meer in die mate, tenzij om historische redenen. Toch weet deze tekst ons in 2012 nog te boeien omwille van zijn algemene beschouwingen over cultuur, die met enig kunst- en vliegwerk op de culturele situatie in het begin van de 21ste eeuw kunnen toegepast worden: de massacultuur, het uitzonderlijk karakter van het genie, het conformisme in de Academie, de algehele commercialisering, etc. Meer specifiek over de Duitse cultuur, spreekt UB mij aan om een zeker gevoel van afkeer ten aanzien van de hedendaagse Duitse cultuur beter te kaderen: zijn kitscherigheid, zijn stationsromannetjeskarakter, zijn semi-feodale eigenschappen. Kijk maar eens naar de soaps op de Duitse televisie: dit is stroperige, melige 'cultuur'. De actuele Duitse cultuur is gewoonweg niet interessant, zeker in vergelijking met de Anglo-Amerikaanse cultuur.
Eén aspect van de de methodiek van cultural studies is de receptie: hoe geeft een lezer/kijker/gebruiker betekenis aan een artistiek/cultureel produkt? Bijvoorbeeld: in hoeverre beinvloedt het feit dat Nietsche gek geworden is, mijn lectuur? In een toegevoegd blaadje in dit exemplaar van UB vind ik de uitgave van een nauwelijks leesbaar krabbeltje van de moeder van Nietsche, die zich sinds 1889 over haar geesteszieke zoon ontfermde. Daarin schrijft ze dat Friedrich zegt dat hij sinds lange tijd niet meer zo 'n lekker broodje met ham gegeten heeft. Hij is in het gekkenhuis geweest, maar hij zou weldra beter worden, want hij was tenslotte nog maar 22 jaar (in werkelijkheid was hij 45 jaar)...


Print