21-01-12

Vlaamse boerendrama 's en Britse comedy

Cultural studies bestudeert o.a. hoe tv-fictie iets kan zeggen over de 'volksaard' (een beladen begrip) van een 'volk'. Eén benadering van een volk, een cultuur, een natie is die van een 'imagined community'. Toegepast op het 'Vlaamse volk': hoezeer sommigen zich ook identificeren met het Vlaamse volk, je kan nooit alle Vlamingen persoonlijk kennen, hoe groot je sociaal netwerk ook is. Dit in tegenstelling tot een reële micro-groep, zoals je familie, je vriendengroep of je collega 's. Identificatie met een volk, een cultuur, bv. de Vlaamse cultuur, heeft dus altijd iets ingebeelds, iets imaginairs, in de zin dat het nooit kan uitgeput worden door reële contacten.

Ik ben sterk beïnvloed geworden door een boek over de 'verbeelde gemeenschap', de televisiefictie die de NIR/BRT/VRT vanaf 1953 uitgezonden heeft. Eén van de rode draden is dat die zich in veel gevallen in het verleden afspeelt, met name in de 'boerenmaatschappij' uit het begin van de 20ste eeuw (bv. Wij, heren van Zichem). Blijkbaar speelde die boerenfictie een belangrijke culturele en identiteitsvormende rol in het Vlaanderen dat vanaf 1960 zijn grote economische opgang kende. In de zin van: kijk eens waarvan wij komen (nostalgische identificatie) én disidentificatie: gelukkig dat die tijd van armoede en achterlijkheid achter de rug is.

Gelijkaardige opmerkingen kan men ook maken over Britse comedy (een subgenre van populaire tv-fictie). Ook die spelen zich dikwijls af in het verleden, maar er komt een andere dimensie scherper uit de verf, die welswaar ook in de Vlaamse boerenfictie aanwezig is, maar in mindere mate: de klassenmaatschappij (bv. de tegenstelling volksklasse, die Vlaamse dialecten spreekt, en de Franstalige bourgeoisie). In Britse comedy is die klassenmaatschappij dominanter aanwezig. Engeland is door en door een klassenmaatschappij, zelfs vandaag nog. Het element klassenmaatschappij wordt ook door de makers van Britse comedy benadrukt, bv. in een documentaire over de comedy Blackadder uit de jaren tachtig. Eén element van humor spruit voort uit de klasseverschillen tussen elite en volk. Bijvoorbeeld, een personage uit de hogere klasse wil dat zijn onderhorige uit de lagere klasse iets doet, en die laatste tracht eronderuit te muizen, of maakt zijn sociaal hogergeplaatse, aan wiens macht hij onderworpen is, belachelijk te maken (bv. Baldrick uit Blackadder goes fourth, het archetype van de eenvoudige Britse sodaat, de 'tommy' versus de blasé officieren uit de hogere klasse).

Ook bij het recente overlijden van de producent van ontzettend populaire Britse comedyreeksen (kan nu even niet op zijn naam komen), zoals Are you being served, Dad 's Army, Haidiho, It ain't half hot, mum en uiteraard Allo Allo, wordt het klassenkarakter van de humor benadrukt. De kijker identificeert zich met de underdog en hoe hij de dwingende machtsrelaties naar zijn hand tracht te zetten. Cultural studies gebruikt hiervoor de term 'resistance'. Machtsrelaties zijn nooit alleen maar top-down processen. De machteloze heeft altijd een bepaalde marge om machtsrelaties een beetje te 'kneden', zodat die leefbaarder worden.

Om te besluiten, fictie is niet alleen maar fictie: altijd sluipen er kenmerken uit de reële sociale wereld in door. We hebben dit besproken aan de hand van 'identiteitsvormende ' tv-fictie, zoals de Vlaamse boerendrama 's en het klassenkarakter van Britse comedy (zoals door de makers en acteurs zelf beklemtoond).

11:57 Gepost door Johnsatyricon | Permalink | Commentaren (0) |  Print |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.