21-01-12

Nietsche en de Duitse cultuur

Veel te lang niet meer geschreven, moet er dus terug inkomen. Bezig met een projectje voor de Duitse les over de 'Märchenkönig' Ludvig II van Beieren (1845-1886), wiens sprookjeskastelen zoals Neuschwanstein jaarlijks nog honderduizenden bezoekers uit de hele wereld aantrekken. Hij was volledig in de ban van Wagner (1813-1883). Wanneer men, na lange tijd opnieuw begint te schrijven, kan men slechts korte zinnetjes maken -hier spreekt de auteur die schrijft, dit is metataal-. Via Wagner is er een link met de filosoof Nietsche (1844-1900). Ook hij was in zijn jonge jaren een fan van Wagner. Later werd hij echter zijn grootste tegenstander. Hoewel Nietsche niet essentieel is voor dit projectje -altijd het eeuwige probleem van de begrenzing, waar begint een tekst en waar zijn zijn grenzen, de notie van het liminale, de grens, het begrensd-zijn van een tekst, het stuwende van de tekst die altijd dreigt zijn bedding te overstromen, de eeuwige uitzaaiing of' dissémination' van Derrida-, voelde ik de drang om Nietsche in het Duits te lezen. Waarom? Zowel uit inhoudelijke en taalkundige belangstelling, als om mij belangrijk cultureel kapitaal toe te eigenen, een element van 'la distinction' van Bourdieu.

Begonnen met Unzeitgemäße Betrachtungen (oneigentijdse beschouwingen), een verzameling van vier essays, gepubliceerd tussen 1872 en 1876:

  • David Strauss der Bekenner und der Schriftsteller
  • Vam Nutzen und Nachteil der Historie für das Leben
  • Schopenhauer als Erzieher
  • Richard Wagner in Bayreuth

Ik heb een diagonale manier van lezen ontwikkeld, die eerder bij het browsen op internet, ja, bij het surfen aansluit. Bij het huidige overaanbod van informatie is het -om je geestelijke gezondheid te bewaren- noodzakelijk filters te hebben. Surfen in boeken, in teksten, heeft iemand al die notie gebruikt? Dit betekent bladeren, de papieren bladzijden met je linkerduim vasthouden en ze naar rechts laten vallen, één voor één, ofwel een heel pak tegelijkertijd, tot je blik op een woord of fragment valt dat je aandacht weet vast te houden. Dan begin je te lezen, tot de aandacht verslapt. Als het ingangspunt in de tekst je weet te boeien, lees je verder, en als die je erg blijkt te boeien, ga je terug naar het begin van de tekst, en lees je tot aan het punt waar je begonnen bent.

Nietsche behoort tot de 'canon' van de Westerse boekencultuur, enkele honderden boeken die de tijd overleefd hebben en om één of andere manier ook voor latere generaties belangrijk zijn gebleven. De canon wordt eerder voor literaire werken gebruikt, maar men kan hem ook toepassen op filosofische werken. Nietsche is trouwens een randgeval tussen filosofie en literatuur. Ik heb de Duitse tekst van Unzeitgemäße Betrachtungen in de bibliotheek van literatuurwetenschappen gevonden, niet in die van filosofie. Verderbordurend op de notie van de canon, er is voordurend een culturele machtsstrijd bezig om te bepalen welke boeken en welke niet dot die canon behoren. Er waren de traditionele, 'elitaire' literatuurwetenschappen, die deze canon tracht te verstenen, en de nieuwere stroming van de 'cultural studies', die de canon als discours, als machtsbastion van de blanke man uit de middenklasse aanklaagt, en daartegenover 'alternatieve' scripturen en lecturen op de voorgrond brengt, zoals die van niet-Westerse culturen, vrouwen, homo's en lesbiennes en de werkende klassen.

Het lezen van boeken die tot de canon behoren is onvermijdelijk verbonden met een gevoel van vervreemding, van afstand, omdat die canonboeken 'ontrukt' zijn aan de historische en culturele context waarin ze geschreven zijn. Unzeitgemäße Betrachtungen van Nietsche zijn meer dan 130 jaar oud. Taal, stijl en onderwerpen worden als 'vreemd' ervaren. De context van UB is die van de Duitse eenmaking van 1870/71: de militaire overwinning op Frankrijk en de uitroepeing van het Duitse keizerrijk, leidde in Duitsland tot een gevoel van euforie. De illusie -volgens Nietsche- dat de militaire superioriteit automatisch ook een culturele superioriteit betekende. Dit is geenszins het geval, betoogt Nietsche. De historische context van UB is ons vreemd geworden, tenzij men als cultuurhistoricus professioneel bezig is met het cultuurleven in Duitsland in het laatste kwart van de 19de eeuw. Maar dit is het punt in mijn redenering. Boeken die tot de canon behoren, zijn in staat hun context te overstijgen en ook latere generaties te boeien. Dit wil zeggen, ze worden ontrukt aan de maatschappelijke en culturele context van hun produktie, die door latere lezers 'vergeten' is, en ze kunnen op andere contexten, decennia en zelfs eeuwen later, toegepast worden. Dit betekent dat een hedendaagse lezer andere betekenissen in de tekst 'produceert', dan diegene die de oorspronkelijke auteur erin ingelegd heeft, ja er niet in kon leggen, omdat een schrijver altijd het kind van zijn tijd is.

Toegepast op UB, de oorspronkelijke betekenissen die Nietsche voor ogen had, de situatie rond 1870, interesseert ons niet meer in die mate, tenzij om historische redenen. Toch weet deze tekst ons in 2012 nog te boeien omwille van zijn algemene beschouwingen over cultuur, die met enig kunst- en vliegwerk op de culturele situatie in het begin van de 21ste eeuw kunnen toegepast worden: de massacultuur, het uitzonderlijk karakter van het genie, het conformisme in de Academie, de algehele commercialisering, etc. Meer specifiek over de Duitse cultuur, spreekt UB mij aan om een zeker gevoel van afkeer ten aanzien van de hedendaagse Duitse cultuur beter te kaderen: zijn kitscherigheid, zijn stationsromannetjeskarakter, zijn semi-feodale eigenschappen. Kijk maar eens naar de soaps op de Duitse televisie: dit is stroperige, melige 'cultuur'. De actuele Duitse cultuur is gewoonweg niet interessant, zeker in vergelijking met de Anglo-Amerikaanse cultuur.

Eén aspect van de de methodiek van cultural studies is de receptie: hoe geeft een lezer/kijker/gebruiker betekenis aan een artistiek/cultureel produkt? Bijvoorbeeld: in hoeverre beinvloedt het feit dat Nietsche gek geworden is, mijn lectuur? In een toegevoegd blaadje in dit exemplaar van UB vind ik de uitgave van een nauwelijks leesbaar krabbeltje van de moeder van Nietsche, die zich sinds 1889 over haar geesteszieke zoon ontfermde. Daarin schrijft ze dat Friedrich zegt dat hij sinds lange tijd niet meer zo 'n lekker broodje met ham gegeten heeft. Hij is in het gekkenhuis geweest, maar hij zou weldra beter worden, want hij was tenslotte nog maar 22 jaar (in werkelijkheid was hij 45 jaar)...

10:35 Gepost door Johnsatyricon | Permalink | Commentaren (0) |  Print |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.