06-03-11

Het excessieve genot en zijn onmogelijkheid

Vanuit de Latijnse les op de humaniora herinner ik mij nog het verschil tussen het epicurisme en het hedonisme. Het epicurisme is gematigd genieten, het respecteert de grenzen van het genot. Het hedonisme is excessief genieten zonder grenzen. Het voorbeeld dat de leraar Latijn gaf was het volgende: de epicurist die naar een feestje gaat, gaat op het hoogtepunt daarvan naar huis, op het moment dat zijn genieten het hoogst is. Zou hij dat niet doen, dan gaat hij over de grenzen van zijn genieten, hij drinkt teveel wijn en de volgende dag heeft hij een kater. De epicurist denkt dus reeds aan de volgende dag, omdat hij ook dan wil genieten, in dit geval betekent dit niet gehinderd worden door onlust tengevolge van de kater.

De hedonist denkt daar niet over na, hij wil excessief genieten. Hij blijft tot het laatste moment van het feestje, hij drinkt teveel, krijgt eventueel last in zijn dronken gebral omdat niet van de vrouwen kan afblijven, of omdat hij door de ontremming van de alcohol dingen zegt die niet gezegd mogen worden.'s Anderendaags heeft hij hoofdpijn omwille van de kater, zodat die dag volledig verknoeid is.

Freud zegt dat de mens grotendeels door het lustprincipe gedreven wordt. Men mag dit echter niet opvatten als zou de mens streven naar excessief genot, hetgeen hem zou vernietigen. Eén van de functies van het lustprincipe is net om grenzen aan het genot te stellen, om beperkt, gematigd genot mogelijk te maken. Het genot spruit hoofdzakelijk uit het lichaam voort, men heeft het lichaam nodig om te genieten. Door excessief genot zou men het lichaam vernietigen. Daarom moet het lustprincipe vroegtijdig ingrijpen om een halt aan het genot toe te roepen, om te vermijden dat het zou verglijden in excessief genot. Het lustprincipe is, vanuit dit standpunt bekeken, de hoeder, de bewaker van het lichaam, waaruit het genot voortspruit. Door in te grijpen en te zeggen: stop! staat het lustprincipe toe dat het lichaam zich kan herstellen van het genot, dat het zijn batterijen opnieuw kan opladen. Het lustprincipe wordt vanuit dit standpunt gekenmerkt door uitstel.

Er is genieten en surplusgenieten. Surplusgenieten is uit de hand gelopen, excessief genieten. Lacan noemt dit la joussance, het is genieten en lijden tegelijkertijd. Genieten is prettig en gezond, surplusgenieten of jouissance is onprettig en ongezond. Teveel jouissance lijdt tot aftakeling van het lichaam en het psychisme en uiteindelijk tot de dood

10:02 Gepost door Johnsatyricon | Permalink | Commentaren (0) |  Print |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.