06-02-10
Zijn bewustzijn
Vandaag is het familiefeest in onze familie. Mijn tweede broer heeft sinds enige tijd een relatie met een 'marginale' vrouw, die vroeger dakloos is geweest. Het was de bedoeling dat ze naar het feest zou komen, maar ze heeft afgehaakt. Ik ben daar eerlijk gezegd blij om. Mijn broers, zuster en schoonfamilie kennend, weet ik dat dit wrijvingen zou veroorzaken. Ze zijn erin geslaagd zich maatschappelijk aan te passen, hebben werk en een eigen woning. Er zou gêne ontstaan als die vrouw op het familiefeest aanwezig zou zijn.
Mensen die het volgens de maatschappelijk normen 'maken', kunnen dikwijls weinig begrip opbrengen voor zij die omwille van één of andere reden, uit de boot vallen. Ik kan mij al voorstellen hoe het feest zou verlopen, als zij daar zou geweest zijn. Mijn schoonbroer met zijn venijnige tong zou nauwelijks verhulde opmerkingen maken, die de sfeer zouden kunnen verpesten.
Mensen die tot de 'middenklasse' behoren hebben geen flauw benul van hoe mensen die met veel minder moeten rondkomen, leven. Ze gaan uit van een illusoir begrip van 'normaliteit', dat voorspruit uit hun relatief hoog inkomen. bv. "ga toch eens op vakantie", zeggen ze dan. Alsof dat voor mensen uit de marginaliteit en een laag inkomen evident is om dit te kunnen betalen.
In de filosofie is er sinds oudher een tegenstelling tussen enerzijds spiritualisme/idealisme versus materialisme. De enen zeggen dat het de geest, de wil is die het menselijk leven bepaalt. De anderen beweren dat het de materiële (o.a. financiële) omstandigheden zijn die het lot der mensen bepaalt. Karl Marx is een belangrijke, zoniet de belangrijkste exponent van deze strekking, met zijn historisch materialisme. Dit betekent dat wat de mens is, bepaald wordt door zijn plaats in de produktieverhoudingen, het netwerk van relaties die mensen aangaan om economische goederen te produceren, of concreter: door zijn job en inkomen. Die bepalen wat de mens is, hoe hij denkt, zijn ideeën over wat de werklijkheid is, of hoe die behoort te zijn. Of: het zijn bepaalt het bewustzijn. Daarmee keerde Marx de idealistische filosofie van zijn leermeester Hegel op zijn kop, die uitging van de stelling dat het bewustzijn (de geest, het denken) het zijn (de materiële bestaansomstandigheden) bepaalt.
Hoe zouden mensen die een vaste job en relatief hoog inkomen hebben op een evenwaardige manier kunnen communiceren met een ex-dakloze vrouw? Hun ervaringen, hun bewustzijn verschillen hemelsbreed van elkaar, omwille van hun verschillende materiële situaties. Er zou zich bewust/onbewust een situatie van topdog/underdog ontwikkelen, waarbij de ene zich in superioriteit hult en de ander wegkruipt in schaamte.
Ik zou mezelf geen marxist noemen -dat begrip is al te zeer vervuild door de verschrikkelijke ervaringen van het Stalinisme en het autoritaire communisme-, maar ik heb wel marxistische trekjes, o.a. het historisch materialisme, de morele verontwaardiging over de manier waarop de produktie en arbeid in deze wereld worden georganiseerd, en de eruit voortpruitende machtsverhoudingen. Maar de eigenlijke economische theorie van Marx, met zijn naïeve arbeidswaaerdeleer, vind ik zeer zwak. Er zijn veel betere concepten om de machtsverhoudingen tussen mensen die voorspruiten uit het arbeidsproces te beschrijven.
Afsluitend: het is goed dat de ex-dakloze vriendin van mijn broer niet naar het familiefeest komt. Dan kunnen mijn broers en hun vrouwen zich weeral zelfgenoegzaam hullen in hun gezapige middenklasse-mentaliteit: hun auto 's, hun vakanties, hun dure sporten, etc...Zonder dat het zwakke geluid van andere stemmen kan gehoord worden...
04-02-10
Taal in de multiculturele maatschappij
Verderreflecterend over de realiteit van de multiculturele maatschappij, nu over het belang van de taal. Voor de jeugd is er het belang van het onderwijs, dat uiteraard in het Nederlands geschiedt. Moslimmeisjes spreken heel goed Nederlands, dikwijls beter dan de gemiddelde Antwerpenaar. Maar soms schakelen ze plots over op hun gutturale klanken, misschien omdat ze lachen met ons, Vlamingen, of om geheimpjes over hun liefjes aan elkaar toe te vertrouwen. Als je moslimmeisjes observeert, dan zie je dat ze, ondanks hun hoofddoeken, weinig verschillen van Vlaamse tienermeisjes, hetzelfde gegiechel, dezelfde intonanties in hun Nederlands als 'onze' tienermeisjes.
De verplichte inburgeringscursus voor migranten en de verplichting om het Nederlands te leren, is een heel goeie zaak geweest. Het is een evidente maatregel die al twintig, dertig jaar geleden had moeten ingevoerd zijn.
Ook onder migranten van verschillende origine is er een sociale druk om het Nederlands te gebruiken i.p.v. bv. het Engels, dat het tweede vulgaat (=gemeenschappelijke taal) vormt in de multiculturele maatschappij (in mindere mate het Frans). Indiërs en Pakistani 's blijven hardnekkig Engels spreken. In een nachtwinkel hoorde ik een Turk of Marokkaan tegen de Indiër/Pakistaan zeggen: 'Nederlands spreken, a.u.b.'.
Toen ik in het districtshuis van Borgerhout mijn adresverandering doorgaf, waren daar zwarten, die blijkbaar niet zo goed Nederlands spraken. De dame achter het loket zei: 'We zullen het in het Nederlands proberen. Als het niet gaat, dan zullen we in het Engels doen'.
Ook ik schakel regelmatig over op het Engels, als de andere partij niet zo goed Nederlands verstaat. Zo bv. met Afrikanen een brabbeltaaltje van Nederlands-Engels-Frans. Oost-Europeanen hebben meestal het Duits als tweede taal.
Taal is het belangsrijkste communicatiemiddel dat de mens heeft ontwikkeld. Men kan niet streng genoeg zijn om het Nederlands op te leggen aan de alochtonen, en dat als voorwaarde te hanteren voor het ontvangen van sociale voordelen. Door middel van eenzelfde taal kunnen mensen uit zeer verschillende achtergronden communiceren, zodat sociale interacties vlotter kunnen verlopen, dat je migranten kan aanspreken in het Nederlands en begrepen worden.
Eenzelfde taal spreken vermindert ook het vervreemdingsgevoel, dat inherent een gevaar vormt in de multiculturele maatschappij. Een gemeenschappelijke taal spreken werpt ook een dam tegen de verwarrende lichaamstaal en mimiek van de ander, die gemakkelijk als vijandigheid kan geïnterpreteerd worden...
02-02-10
Anderlecht en Borgerhout
De laatste dagen is er veel te doen rond het geweld in bepaalde Brusselse wijken, 'no go zones', waar zelfs de politie niet durft te komen. Ik ga hier geen uitspraken over doen, omdat ik de situatie niet uit eigen ervaring ken.
Laat mij de vergelijking maken met Borgerhout, waar ik sinds kort woon. Het was helemaal niet mijn bedoeling om daar te gaan wonen, ik vond er enkel een goeie flat, waarvan de prijs-kwaliteitverhouding binnen mijn behoeften en budget viel. Ik had er toen helemaal niet bij stilgestaan dat er uiteraard zeer veel allochtonen wonen, in mjn perceptie zo 'n 80 à 90 percent. Toen die realiteit tot mij begon door te dringen, de eerste weken, werd ik bang. Mijn god, waar ben ik aan begonnen? Het onveiligheidsgevoel dat in de media verbonden wordt met de multiculturele samenleving, begon ik in in mijn eigen ervaring te voelen.
Maar zelfs in de eerste weken was het niet zozeer een fysiek onveiligheidsgevoel, een angst om overvallen te worden, maar veeleer een angst voor identiteitsverlies, voor ontworteling. Een overvallen worden door al die vreemde kleding, talen, geuren en vormen, een bombardement van vreemde prikkels. Verandering is sowieso voor mij moeilijk, laat staan in een allochtonenbuurt gaan wonen.
Niettegenstaande het eerder een innerlijk gevoel van angst was, bouwde ik ook symbolische verdedigingsvormen op tegen mijn angst: het flirten met mijn muts met de 'A' van Antwerpen erop, het flirten met de Roma, de Vlaamse cultuurtempel in Borgerhout als Rome, het centrum van de beschaving, ik als Romein-Antwerpenaar tegen de 'barbaren'. Ik droeg toen ook een lange verwilderde baard. De combinatie van die muts met 'A' erop eneen ruwe zeebonkenbaard als verdedigingsmiddel tegen vermeende agressie?
Ja, ik denk het wel. Nu we enkele weken verder zijn, is veel van die angst verdwenen. Ik begin een hekel te krijgen aan die muts met 'A' erop, die een beetje een politie-achtig karakter heeft. Ik zet ze nog nauwelijks op. Ik heb mijn baard afgeschoren en heb opnieuw mijn gladde babyface. Het dagelijks leven verloopt er zoals het altijd verloopt, ook toen ik nog in het centrum van Antwerpen woonde, met veel minder allochtonen. Je wordt gewoon aan al die vreemde volkeren. Voorlopig is er nauwelijks contact met hen, maar er is een wederzijdse beleefdheid en we laten elkaar in ons doen en laten.
Neen, angst voor fysieke agressie in Borgerhout heb ik nog nauwelijks. Er zijn wel luidruchtige groepjes Marokkanenhaantjes, die op straat rondslingeren, maar die boezemen mij geen angst in, zolang je maar niet als een Vlaming met een dikke nek op straat loopt, en hen brutaal, vol minachting in de ogen kijkt. Ik weet dat er in het verleden gruwelijke dingen gebeurd zijn in Borgerhout, maar dat zijn, zoals dikwijls, geïsoleerde gevallen, die zeker niet mogen veralgemeend worden.
Neen, om te besluiten, ik denk dat Antwerpen veel veiliger is dan Brussel, maar nogmaals, ik durf geen uitspraken te doen over Brussel, Anderlecht-Kuregem en andere wijken, omdat ik die niet uit eigen ervaring ken...


Print