11-10-10

Killing Krauts

Enkele jaren geleden, toen ik wat jonger was, kocht ik een Playstation 2. Ik speelde nogal fanatiek WWII shooter games zoals Call of Duty. Games zijn gebaseerd op illusie en het beloningssysteem in de hersenen. De illusie dat wat jij doet het spel bepaalt. Dat jij het bent die dat Duitse machinegeweernest uitschakelt. Maar in dit spelconcept ben maak je deel uit van een peleton. Ook zij doen en deel van het werk. Ik verveelde me gisteren en ik heb nog eens Call of Duty 2 The Big Red One gespeeld. Ik diende terug te wennen aan de console en deed het rustig aan. Maar de strijd was even succesvol als vroeger, toen ik haantje-de-voorste was van het peleton.

Ik vond het nu eens leuk om de rol te spelen van de gemiddelde Amerikaanse soldaat in WWII. Die was niet bepaald heroïsch. Dus hing ik maar wat rond, schuilde achter muren en obstakels, loste af en toe een schot in de lucht en modderde maar wat aan achterin het peleton. Ook liep ik veel naar de achterhoede om munitie te gaan halen. Mijn bijdrage aan het peletonsresultaat was minimaal, maar we behaalden de overwinning. Na WWII liet het Amerikaanse opperbevel een onderzoek uitvoeren naar de ervaring van de gemiddelde GI. Bleek dat maar één kwart van de soldaten effectief in de richting van de vijand schoot met de intentie om te doden. Slechts 2% van de soldaten waren de echte killers van de compagnie, zij genoten van de oorlog en het doden op zich, en dikwijls hadden die een psychopatische persoonlijkheidsstructuur. Dit is opvallend consistent met het perccentage psychopaten in de gehele bevolkking.

Over de titel van deze bijdrage: Killing Krauts. Krauts was de bijnaam die de Amerikanen aan de Duitsers gaven. Dit komt van Sauerkraut, zuurkool, dat de Duitsers freqent eten. De Britten noemde de Duitsers Jerries, de Russen gaven de bijnaam Fritzen of ganzen. Ik heb virtueel al veel Krauts gedood (maar evenzeer ben ik dikwijls door hen gedood). Ik heb ook tegen Italianen en zelfs Fransen gevochten. Ja, tegen de Fransen. Het Vichy-regime collaboreerde met nazi-Duitsland. Het had veel kolonies in Noord-Afrika, zoals Marokko, Algerije en Tunesië. Toen de Amerikanen in november 1942 in Frans-Afrika landden, boden de Fransen enig symbolisch verzet, maar ze schaarden zich vrij vlug onder geallieerde vlag. In dit spel The Big Red One, dat ik gespreid over jaren aan het spelen ben, heb ik de Afrikaanse woestijncampagne achter de rug. Nu ben ik geland in Sicilië, bij Gela, en mijn peleton is het stadje aan het zuiveren van Italianen. Ik vecht het liefst met mijn M1 Garand, het beste geweer van WWII. Maar wanneer mijn munitie opgeraakt is,  raap ik Italiaanse wapens op. Dat geeft mij ook de mogelijkheid om carotten te trekken, want wanneer de laatste kogels van die vreemde machinegeweren op is, moet ik naar de achterhoede om Italiaanse munitie te gaan zoeken. Zo red ik mijn vel, haha...

Ach, de oorlog, die is verschrikkelijk, maar ik ben er gewend aan geraakt. Het eerste waaraan je met wennen is het oorverdovende geluid, het eeuwige geratel van machinegeweren, de explosies van kanonnen, het geschreeuw van stervenden en gewonden, het geknetter van geweervuur, het geblaf van onze bevelenschreeuwende sergeant. Ik ben blij dat we in Sicilië zijn geland. De woestijn is zo troosteloos, niets dan zand en af en toe een bunker, er is weinig afwisseling in het landschap. Nu zijn we in Italië, in het mooie, maar kapotgeschoten stadje Gela. Tijdens het vechten scharrel ik veel rond in gebouwen, om de architectuur te bewonderen, of om dingen te jatten die ik kan gebruiken. Onze sergeant zegt dat ik een klaploper ben. Ach ja, ik kan het niet ontkennen. Ik doe alleen maar het minimum dat hij mij expliciet beveelt, waar ik echt niet onderuit kan. Zo waren we eens geblokkeerd in een veroverde bunker. We werden versperd door een stalen deur. De sergeant beval mij om met een explosieve lading de deur op te blazen. Ik ben daar altijd bang van Want wanneer de lading begint te tikken, moet je je snel uit de voeten maken, of je blaast jezelf op. In Noord-Afrika ben ik ooit eens gewond geraakt door mijn eigen explosieven.

Wat ik denk over de vijand? Er bestaan slechts twee soorten vijanden: schietende vijanden en dode vijanden. het liefst heb ik dode vijanden, die zijn minder gevaarlijk en die kan je bestelen. Maar af en toe kijk ik eens naar de lijken van dode vijanden. Meestal liggen die in een onwerkelijke, verwrongen houding. Soms denk ik zelfs eens aan hun moeder. Ik herinner mij het lijk van een jonge Italiaanse soldaat, die ik in een bunker doodgeschoten had. Die keek zo met een nieuwsgierige, koude blik naar het betonnen plafond, alsof daar iets interessantste zien was. Wat zou zijn Mama voelen, als ze wist dat haar geliefde zoon hier zo koud naar het plafond ligt te staren?Maar dergelijke sentimentaliteit kan je je niet permitteren in de oorlog. Een gedode vijand is vooral een bron van nuttige voorwerpen, zoals wapens, sigaretten, munitie, schoenen. Sorry, dude, maar jij zou hetzelfde met mij doen. De Duitsers zijn harde soldaten, maar ze hebben diep in hun hart iets sentimenteels, zoals ik ze in de woestijn eens 'Lilly Marleen' hoorde zingen. In een veroverde Duitse bunker vond ik een hele reeks boeken, met de titel 'Mein Rosengarten'. Een veroverde bunker heeft iets griezeligs, dode vijanden liggen op de grond, het licht brandt nog, en hun maaltijd staat nog onaangeroerd op het bord. Een veroverde bunker heeft iets intiems, je voelt een zekere schroom om in die intimiteit binnen te dringen, er hangen foto 's van vijandelijke liefjes aan de betonnen wanden.

- (Someone shouting) Jones, move your f***ing ass and come over here! Are you waiting for the Holy Spirit or what?

- Yeah, Sarg, I 'm coming! (subdued voice) F***ing bastard, can you never leave me alone for a minute?

09:25 Gepost door Johnsatyricon | Permalink | Commentaren (0) |  Print |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.