06-07-10
On writing fiction
Het doet mij goed om hier eventjes een virtuele rustpauze in te lassen. Men mag niet teveel met woorden bezig zijn. In de eerste plaats leven wij met ons lichaam, onze zintuigen, in de materiële en sociale wereld.
Maar het begint weer te kriebelen, de drang tot schrijvelarij. Ik voel de zin om te verplanten naar andere virutele fora, naar Facebook en Twitter, waarvan ik mij tot nogtoe afzijdig heb gehouden, of naar andere bloguniversa, zoals bv. Wordpress. Maar ik ga dit nog eventjes uitstellen.
Mijn Duitse cursus is achter de rug. Ik heb 84%. Mijn schriftelijk examen was beter dan mijn mondeling examen, hetgeen te verwachten was. We moesten een Duits boek lezen, Das Hexenkind van Sabine Thiesler, een turf van 550 pagina 's. Nu ben ik ver gevorderd in haar eerste boek, Der Kindersammler. Deze boeken behoren tot de populaire, 'gemakkelijke' literatuur. Dergelijk soort boeken lees ik heel zelden. Maar ik moet toegeven dat ik ervan geniet, zij het wel met af en toe wat weerzin. Kan je geen fatsoenlijkere boeken lezen?, zo hoor ik een stemmetje in mij. Ja, maar dit is veel ontspannender dan serieuze literatuur, zo verdedig ik mij tegen het stemmetje.
Beide boeken behoren tot wat men het genre van de psychologische thriller kan noemen. Er gebeuren veel moorden, maar in tegenstelling tot de crimi gaat het niet in de eerste plaats om whodunnit, wie is de dader? Hoewel dat aspect natuurlijk niet afwezig is, gaat het meer om de psychologische motivatie van de personages, hoe ze tot bepaalde gruwelijke daden komen. Er zijn wel politiemensen actief om de misdrijven te onderzoeken, maar eerder op de achtergrond. De slachtoffers, de daders, hun entourage, en hun motivaties staan op de voorgrond.
Ik ben helemaal geen romanlezer, maar wanneer ik het toch doe, dan lees ik op twee niveau 's: 1) het verhaal 2) vanuit de vraag: hoe doet men dit? Hoe wordt een verhaal geconstrueerd? Welke trucjes gebruikt de auteur om de spanning op te bouwen en de lezer aan het lezen te houden? Hoe worden personages en hun interacties beschreven? etc. Zo kijk ik trouwens ook naar films en series.
Een zeer oude jongensdroom bestaat erin om ook 'schrijver' te worden. Ik heb voldoende zelfvertrouwen ontwikkeld in niet-fictioneel schrijven. Maar, met uitzondering van enkele kortverhalen, heb ik tot nogtoe weinig fictie geschreven. Fictie schrijven verschilt veel van niet fictioneel schrijven. Men is wel in beide genres met det taal bezig, maar een verhaal of een roman schrijven is toch een vak apart.
Maar goed, wat heb ik geleerd van Sabine Thiesler over de architectuur van een roman? Hier spreekt ik vanuit de positie van een leerling-romanschrijver (laten we ons hier zo noemen).
Zij gebruikt twee tijdshorizonten, het verleden (de jaren tachtig-negentig) en het heden, die voortdurend, via afwisselende hoofdstukken met elkaar vermengd vermengd worden. Het zijn dus geen lineaire verhalen, maar verleden en heden zijn zelfstandige constructieprincipes.
Wat ik ook bijzonder boeiend vind, is dat het verhaal zich in twee verschillende landen en culturen afspeelt: Duitsland en Italië. De hoofdpersonages zijn Duitsers, die zich vestigen in het Italiaanse Toscane. Daarmee bekomt men een tegenstelling tussen het treurige, regenachtige, overgerationaliseerde Duitsland, en het zonnige Toscane, met zijn Italiaanse sfeer van levensgenieterij.
Een van de moeilijkste problemen in het fictioneel schrijven, is voor mij het standpunt van waaruit geschreven wordt. Ik ben gewoon om vanuit het ik-standpunt te schrijven. Daarbij is er geen probleem van standpunt. Het ik-personage weet alleen hetgeen hij vanuit zijn eigen standpunt kan weten. Hij kan niet in het hoofd van andere personages kruipen. Ik heb moeilijkheden om vanuit de derde persoon te schrijven, vanuit het hij/zij-standpunt.
Elk hoofdstukje wordt bij Sabine Thiesler bechrijven vanuit het standpunt van één personage, maar afgewwisseld met korte stukjes, waarin de auteur in het hoofd van een ander personage kruipt. Men mag niet teveel van standpunt wisselen, dat is verwarrend voor de lezer.
Laat me een voorbeeld geven uit der Kindersammler. Anne, die het huis van Enrico in Toscane wil kopen, verblijft op diens uitnodiging enkele dagen in het huis, om te beslissen of zij daar kan aarden. Het fragment beschrijft de impressies, de emoties en de gedachten van Anne. We weten duidelijk vanuit welk standpunt hier geschreven wordt, dat van Anne. Anne wil nogal graag de pieren uit de neus halen van Enrico, een geheimzinnig personage. Zij stelt de ene vraag na de andere, we zien een dialoog waarbij afwisselend de woorden van Anne en Enrico weergegeven worden, vanuit de lens (het camerastandpunt als het ware) van Anne. Maar af en toe verschuift het standpunt naar het hoofd van Enrico: 'Dat is zo een vrouw, die zich veilig voelt, hoe meer ze weet over een ander mens', dacht hij. Maar dan gaat de focus weer over naar Anne, en die blijft daar lange tijd. Als we teveel zouden afwisselen met XXX, dacht zij, en YYY, dacht hij, dan zou dit te verwarrend worden.
Over beschrijvingen van personages en ruimtes; De schrijver moet een impressie geven over karakters en plaatsen, zodat de lezer zich daarvan een beeld kan vormen. Dit moet best redelijk kort en impressionistisch gebeuren. Hedendaags schrijven is niet meer dat van de 19de eeuw, met ellenlange beschrijvingen. Men kan niet in taal een fotografisch beeld geven van bv. een personage. Dat is ook contraproductief, want de lezer moet in zijn eigen hoofd een beeld vormen van een personage, op basis van de vage beschrijvingen van een karakter.
Elke lezer vult vanuit zijn ervaring een personage in, zodat personage X iets anders betekent dan voor jou, en er anders uitziet. Dat is het eigene van literatuur, dat de lezer zelf de personages invult. Een auteur mag niet overbeschrijven, maar slechts enkele hoofdtrekken van een personage geven, de grenzen binnen dewelke het bewustzijn van de lezer de lege ruimte van een personage invult. Daarin verschilt literatuur met zijn papieren personagesv an film, waarbij het bewustzijn van de kijker sterker gedetermineerd wordt, gewoon door de fysieke verschijning van een acteur/personage.
Men kan niet voorbij bepaalde, wat ik zou noemen passe-partoutuitdrukkingen zoals: 'zij hijgde', 'hij haalde de schouders op', 'zij zuchtte', etc. Men kan niet altijd de emotionele toestand van een personage omstandig beschrijven, en met zulke passe partoutuitdrukkingen kan met dit klusje klaren. Als men grondig een schrijver leest en analyseert, dan leert men na verloop van tijd de truukjes en vluggertjes kennen. Soms kan men zich ergeren aan clichés, zoals bv. 'er parelden zweetdruppels op zijn voorhoofd', om aan te duiden dat een personage angst voelt of zich geneert.
Een personage wordt bij Thiesler nooit volledig zwart-wit beschreven. Er is altijd wel een karaktertrek of fysiek detail dat contrasteert. Bv. de immobiliënmakelaar Kai uit der Kindersammler is een knappe, succesvolle man, een vrouwenverslinder, maar hij ergert zich aan zijn veel te grote voeten, zodat hij nooit sandalen, maar altijd gesloten schoenen draagt. Ik verwonderde mij over deze passage. Maar die heeft wel degelijk een functie. Het frustreert de lezer, om in zijn geest een te perfect beeld van een personage te creëren, waardoor hij tever gaat in identificatie. Door zulke genante details vermijdt de schrijver om te grote sympatie of antipathie voor een personage op te wekken. Of de schurk wordt bv. in zijn menselijkheid en kwetsbaarheid beschreven. Zo heeft Alfred, de kindermoordenaar, een traumatische jeugd achter de rug.
Een goede schrijver, en Sabine Thiesler is volgens mij een goed schrijfster, is een meester in ritmes, de afwisseling van spanning en ontspanning. Wij identificeren ons bv. met het schijnbaar idyllische leven in het zonnige Toscane, maar er gebeurt altijd iets, waardoor ons ons ideaalbeeld aan diggelen wordt geslagen. De meesten van ons zouden wel graag in Toscane wonen, ik alleszins wel, maar we leren ook de schaduwkant van het leven daar. De afzondering, het isolement op het Italiaanse platteland, de grote zorgen en het geld om een huis daar te onderhouden, de primitiviteit en de achterlijkheid van de plattelanders. Een goed schrijver moet positief met negatief vermengen, in personages, lokaties en evenementen. Anders schrijft men triviaalliteratuur en stationsromannetjes.
Sabine Thiesler kan sommige psychologische relaties goed beschrijven, bv. die tussen Sara en haar moeder in 'Hexenkind', het voordturend verwijten maken door de moeder aan haar dochter is psychologisch goed herkenbaar. Als vrouw slaagt Thiesler er meestal goed in om de vrouwelijke psychologie te schetsen, met haar spanningen en tegenstelling, tussen bv. de moeder-echtgenote en de overspelige vrouw.
Maar ik erger mij nogal aan de manier waarop man-vrouw relaties worden beschreven. Die kruipen nogal vlug en gemakkelijk met elkaar in bed. Niet dat ik daar iets tegen heb, want overspelige relaties zijn nu eenmaal een belangrijk dramatisch element in fictie, maar soms is het nogal iets te goedkoop en te gemakkelijk, en weinig psychologisch geloofwaardig. Daardoor neigen deze plotwendingen iets te veel naar triviaalliteratuur. Het viel mij op dat ik gemakkelijker bepaalde toestanden in een film geloof, terwijl dat in een roman moeilijker ligt. Dit komt volgens mij doordat we in een roman in het hoofd van een personage kunnen kijken, en in een film niet (tenzij er een of-screen voice is met de monologue interieur van een personage). Een schrijver moet in de uitbouw van karakters en hun interacties voorturend een slappe koord bewandelen tussen psychologische geloofwaardigheid en dramatische, spannende plotwendingen. Wat ik bv. erover vond, was dat Sara in 'Hexenkind' een sexueel avontuurtje had met een tienerjongen. Pas in de allerlaatste zin van dit hoofdstuk vernemen we dat ze de volgende dag met Romano zal huwen. Natuurlijk past dit in de bedoeling van de schrijfster om Sara als een femme fatale af te schilderen, maar als je teveel de lezer uitdaagt en choqueert, verlies je als schrijver aan geloofwaardigheid. en wordt de fictionele droom verstoord. Maar ik herhaal dat het verzinnen van plotwendingen altijd dansen op een slappe koord is.
Ik ga nog één literair procédé vermelden: de early clue. Is het jou ook al opgevallen dat men bv. in politieseries een bepaald detail toont en uitvergroot. Dat detail heeft schijnbaar geen betekenis, en je weet niet waarom het getoond wordt. Wees er dan maar zeker van dat het om een early clue gaat, een vroege aanwijzing, een element dat later opnieuw wordt opgevisd, en een sleutelrol speelt in het verhaal. Bv. In Sabine Thieslers 'der Kindersammler' verwondert Anne zich bij de eerste ontmoeting met Enrico erover dat hij, gezeten aan een tafel, een zwaar boek in zijn handen vasthoudt en daarin blijbaar aan het lezen is. Anne voelt dat er iets niet klopt, want als men dergelijk zwaar boek echt leest, dan zou men het niet in zijn handen houden, maar op tafel leggen. Dit geeft Anne de intuïtie dat Kai maar doet alsof. Dit krijgt later in het verhaal een betekenis, wanneer blijkt dat Enrico een bedrieger is een een duister geheim met zich meesleurt.
Dit zijn maar enkele constructieve principes in het schrijven van fictie, die ik bij Sabine Thieler heb achterhaald. Ze kunnen nuttig zijn, als jer eraan denkt verhalen of zelfs een roman te schrijven. Als ik ooit, etc...


Print
Commentaren
Schrijven is weerkaarten invullen zei Mulisch ooit, ik meen dat dat zo is. Al schrijvend ontwikkelen de karakters zich.
Alvast veel succes John.
Je bovenstaande tekst is alvast aangenaam om te lezen.
Gepost door: doeterniettoe | 06-07-10
De commentaren zijn gesloten