16-04-10

Ik ben het universeel-menselijke subject

Alleen in het worden van het unviverseel-menselijk subject kan men zijn doodsangst overwinnen. Dit betekent een zodanig hevige libidineuze bezetting van het mens-zijn als universle positie, dat de gedachte aan de dood niet meer zo sterk aanwezig is.

Veel van de Westerse filosofie is pure onzin, ja waanzin. Ik denk bijvoorbeeld aan het Cartesiaanse cogito. De intuïtie van Descartes was oorspronkelijk geniaal, ik denk dus ik ben, maar als verlangend weezen waarnaar ik wil toeschrijven, zou ik dit formuleren als: ik ben bewust, dus ik ben.

De intuïtie van Descartes was inderdaad geniaal, maar die is door droge kamergeleerden compleet kapotgerationaliseerd. De mens is maar in zeer minieme mate een denkend wezen. Men ziet dat Descartes in zijn oorspronkelijke intuïtie twijfelt tussen denken, dromen en waanzin (de kwade geest). Ik denk dat Descartes onbewust wou zeggen: ik ben bewust, dus ik ben, Inderdaad, mens kan niet ontkennen dat ik, als wezen dat bewust is, in enigermate iets moet zijn. De sceptische twijfel kan niet zover gaan dat er een superwezen (God), of een kwade geest is, die mij de illusie zou inplanten dat ik niet besta. Neen, Descartes beroept zich op de goedheid van God, dat die mij niet bedriegt in mijn idee dat ik besta.

Maar waarnaartoe wil ik in hemelsnaam in dit schrijven evolueren? Ik denk dat het dit is: de Cartesiaanse intuïtie werd helaas door Descartes zelf, en door mindere foden, als het denken geïnterpreteerd. Mijn interpretatie van het Cartesiaanse cogito is veeler Amo, ergo sum. Ik heb lief, ik begeer, dus ik ben. Geen enkele observatie van de mens en zijn cultuur kan dit principe tegenspreken. Ja, het is het onbetwijfelbare principe van de filosofie die ik aan het zoeken ben...

09:47 Gepost door Johnsatyricon | Permalink | Commentaren (0) |  Print |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.