05-04-10

Cyberspace en identiteit

Er valt veel te zeggen over cybersfeer en identiteit. Neem nu het feit dat ik mij verberg achter een schuilnaam. Je weet niet welke persoon op dit moment deze tekst aan het schrijven is. Je weet niet hoe oud ik ben, hoe ik eruit zie, hoe ik werkelijk leef. Er zijn alleen maar woorden op het scherm, en jij geeft daaraan een betekenis. De betekenis die ik aan mijn eigen zichzelf schrijvende woorden geef, zullen gedeeltelijk overlappen met de betekenis die jij daaraan geeft. Maar ook zul jij andere betekenissen geven aan mijn woorden, die ik er niet in gelegd heb, of waarvan ik mij onbewust ben. Vanuit jouw eigen personlijkheid, interesses en ideologieën zul jij mijn tekst interpreteren. je zult je impliciet een beeld vormen over mij, die al dan niet kan overeenkomen met hoe ik mezelf zie. Je zult sommige teksten goedkeuren, anderen afkeuren, of met weerzin wegklikken. Ik heb dit allemaal niet in de hand, ik heb daarover geen controle.

Maar nu is deze tekst aan het verschuiven, want 'ik' wou over identiteit in cyberspace schrijven, en in de vorige paragraaf gaat het over betekenisverlening aan woorden. Dus: ik schrijf onder een schuilnaam, zoals zovelen in blogland doen, een 'avatar', een 'profiel', een 'persona'. Persona komt van het latijn en betekent masker. Ik verschuil mij dus achter een makser. Iemand draagt een masker, omdat hij niet gekend wil worden, of omdat hij zich als iemand anders wil voordoen. Dit is geïnstitutionaliseerd in karnaval. Maar een masker kan de identiteit van de drager niet volledig verhullen. Het masker verhult bv. niet dat de drager een man of een vrouw is, dat kan gehoord worden via de stem, of gezien worden via de lichaamsvormen. Ook of de persoon groot of klein is, kan het masker niet verhullen.

Daarmee bedoel ik dat mijn schuilnaam niet alles kan bedekken. Oschoon ik niet expliciet zeg dat ik een man ben, kan men dit afleiden uit de thema 's, uit de schrijfstijl, of gewoon omdat ik persoonlijke onthullingen doe. De laatse tijd ben ik zichtbaarder aan het worden achter het masker. Ik ben mij daarvan bewust, maar ik heb het in de hand. Primitieve woedeaanvallen als bijdragen verwijder ik na korte tijd. Ik probeer een grens niet te overschrijden, maar die grens is verschoven, in vergelijking met bv. twee jaar geleden.

Het word wide web is een technologie die het mogelijk maakt dat elkeen die de digitale drempel heeft overschreden, en die het alfabet kent, "iets kan zeggen". Wat gezegd kan worden, en hoe het gezegd wordt, is nauwelijks omschreven. Er zijn wel grenslimieten: hate speech, extreem racisme, homo-of vrouwenhaat, negationisme en pornografie kunnen niet op mainstream blogfora. Wat gaan we dan zeggen? Spreken we over "ik", over mijn ervaringen, geluksmomenten en verdriet? Of becommentariëren we wat er in de media gezegd wordt? Dit moet iedereen voor zichzelf uitmaken. Dit is een groeiproces dat zich over jaren uitstrekt.

De kern van wat ik in dit betoog wil zeggen, is dat bloggen (of een website maken, of twitteren, of faceboeken) een vorm van identiteitsexpressie en -exploratie is. Dat identiteit niet een statisch, vooraf gegeven entiteit is, die zich via woorden (en beelden) uitdrukt, zich representeert. Een blog (laten we ons daartoe beperken) is niet een spiegel van ahistorisch, overanderlijk subject, dat zich via woorden uitdrukt, neen, het is het subject in wording.

Via een blog kan men ongekende of minder gekende aspecten van zichzelf uitleven, experimenteren met fragmenten, scherven van identiteiten en identificaties. Eerst op een voorzichtige, aarzelende manier: heb ik wel het recht om dit te zeggen? Ben ik wel competent genoeg om dit te zeggen? Eigen ik mij geen macht tot spreken toe, die ik niet bezit?

Maar na verloop van tijd krijgt men zelfvertrouwen in zijn spreken: ja, ik heb het recht om daarover te spreken, ik heb dit recht verworven, omdat ik met vallen en opstaan een bepaald werkelijkheidsdomein voldoende heb leren kennen, ik kan met gezag spreken. Wie mij dit gezag wil ontzeggen, tant pis voor hem of haar. Bloggen staat niet los van de machtsstructuren in de maatschappij. Aanvankelijk waren er alleen de printmedia, volgeschreven door professionele journalisten. Nu kommen sommige kwaliteitsbloggers gevaarlijk dicht op hun terrein. Ja, men kan hen in zekere zin als semi-journalisten of semi-editorialisten benoemen. Zoals gezegd, is dit een langdurig (en soms pijnlijk) leerproces, waarbij men het recht tot (s)preken verwerft. En het recht tot spreken is éen van de centrale componenten van een identiteit, van een subject. Zonder recht tot spreken is er geen identiteit.

Er kan nog veel over deze zaken gezegd worden, maar laten we hier afsluiten met de stelling dat het gebruik van een schuilnaam, een masker een veilig bolwerk is, waarachter men kan experimenteren met identiteitsfragmenten, en organisch zijn recht tot spreken verwerft. Daarom raad ik beginnende bloggers aan om een schuilnaam te gebruiken, om op een veilgie manier te experimenteren met identiteitsexploratie, en dan, als hij/zij voldoende ingegroeid is in het medium, onder zijn eigen naam te schrijven, als hij/zij daartoe de behoefte voelt...

Hoezeer ik geëvolueerd ben als blogger, blijkt wanneer ik een oudere tekst van mezelf bekijk, die ik in september 2007 schreef: Identiteitsexploratie door bloggen. Men ziet daar nog de aarzelingen in het zich toeëigenen van het recht tot spreken, de identificatie van met blogs, die ik toenertijd als 'hoger' dan de mijne ervoer, etc, het zoeken naar mijn identiteit als blogger, het aarzelen tussen onnozeldoenerij en ernst, het groeiend besef dat men in een door Google beheersd Cyberuniversum opereert, dat de pure woorden door het Meesterbrein Google opgemerkt, geselecteerd en gehiërarchiseerd worden, etc... 

Of lees over hoe een blog een multimediaal apparaat wordt, via het embedden van youtubevideootjes: Creatieve expressie op je blog.

11:52 Gepost door Johnsatyricon | Permalink | Commentaren (0) |  Print |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.